HEEMKUNDE BEEK

Zoeken

NLDoet

IMG_3165.jpg

GASTENBOEK

 

     GASTENBOEK

gastenboek.jpg - 14,97 kB

GOLD AWARD

             GOLD AWARD

 Voor-3jaar.jpg - 244,20 kB 

        VOOR 3JAAR NR. 1

       

Bezoekers online

We hebben 16 gasten en geen leden online

WEBSITE 2016

 

 

          WEBSITE 2016

Afscheid Marietje

 

 Marietje.jpg - 94,97 kB

Afscheid Marietje

ANBI

 

anbi.png - 23,05 kB

Bokkenrijders

 

 Bokkenrijder-3.jpg - 30,67 kB

WEBSITE 2015

BECHA

 

 

Jo Hoen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     

     

     

         Jo Hoen †

     Oprichter en

       1e voorzitter

 

 

Beek Toen en Nu

Beek Toen en Nu 2

     BEEK TOEN EN NU 2

Beek Uw Gemeente

Sigaren industrie

Marechaussee in Beek

 

 

           FR. Piek

Woonkernen

Bandkeramiek

St.Martinuskerk

Sint Hubertuskerk

Kasteel Genbroek

           Genbroek

Oude Pastorie

 

                KLIK

Sjterfhoes

Herv. Pastorie

Vlag Mijnwerkersbond

 

 

Hubertus Molen

EyeWitness

SICOF

Gedonder in de Hemel

Leenhof Valkenburg

 

      LEENHOF VALKENBURG

Oude Pastorie

 

       Oude Pastorie

Beheerder-Jan Jacobs

            E-mail

   Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Inlogformulier

De Woeste avonturen van de Bokkenrijders 8

 

De woeste avonturen van de Bokkerijders 8 

Het is ondoenlijk om alle namen van de Bokkerijders op te sommen, die in de achttiende eeuw deze streken onveilig hebben gemaakt en daarvoor aan de galg zijn gekomen. Wij zullen trachten een globaal beeld te geven van het aantal leden van de tweede bende van de Bokkerijders, het aantal geëxecuteerde en gevluchte personen, zoals het in de processtukken staat vermeld.

 

 

 

Land van Valkenburg

Op 20 april 1773 begon men hier met de terechtstellingen. In Heerlen werden 38 Bokkerijders ter dood gebracht, 20 werden verbannen en drie werden vrijgesproken. In Beek werden tot en met 26 mei 1774 22 Bokkerijders geëxecuteerd. Omdat er in bijna ieder dorp Bokkerijders zaten kostte het te veel geld om de ter dood veroordeelden, die in ‘den Landhuyse’ te Valkenburg opgesloten zaten, naar de gerechtplaatsen van de banken te vervoeren, waar zij woonden. De hoofdofficieren en de rechters namen derhalve een resolutie aan om voortaan gearresteerde Bokkerijders op een gemeenschappelijke plaats te executeren. Vanaf die tijd werden daarom alle Bokkerijders uit het Land van Valkenburg op de Lommelenberg terechtgesteld. Dat waren Bokkerijders uit Beek, Valkenburg, De Heeck, Klimmen, Schimmert, Houthem, Meerssen, Hulsberg, Haasdal, Aalbeek en Walem. De hoofdbank Heerlen was niet bij deze resolutie betrokken. De Heerlense Bokkerijders werden weliswaar in Valkenburg veroordeeld, maar hun vonnissen werden in Heerlen voltrokken.

Door die resolutie is het aantal terechtgestelden op de Lommelenberg natuurlijk fors gestegen. In totaal werden er 77 Bokkerijders ter dood gebracht. In Geulle stierven er negen aan de galg, terwijl drie konden vluchten. Verder stierven in Elsloo 22 Bokkerijders, in Margraten twee, in Gulpen drie, in Mechelen drie, in Berg bij Maastricht een, in Stein een, in Amstenrade een, in Maastricht twee en in Nuth een.

De rechters in de Oostenrijkse Landen van Overmaas volgden het voorbeeld van hun collega's in het Land van Valkenburg. Zij namen ook een resolutie aan om de Bokkerijders op een plaats terecht te stellen en in een gevangenis in te sluiten. Het kasteel van Amstenrade was de centrale gevangenis, waar ook de processen werden gevoerd, terwijl de gemeenschappelijke galg aan de Zeekoel langs de Heerenweg te Brunssum stond. (Thans ligt er het openlucht zwembad "De Zeekoelen" Aan die galg stierven acht Bokkenrijders, die afkomstig waren van: Schin op  (1), Spaans Walem (3), Strucht (1), Hoensbroek (2), en Brunssum (1). Te Wellen (België) werden 28 personen opgehangen, te Rekem (1), in Aken (1) en in andere Belgische plaasten ongeveer 30.

Land van 's Hertogenrade

In Merkstein werden 29 Bokkerijders ter dood gebracht, in Ubach 20, in Kerkrade 5, in Simpelveld 1, in Herzogenrath 7, in Rimburg 4 en in Alsdorf 12. In het Land van Gulik werden 21 personen terechtgesteld.

In totaal komen 800 namen van bendeleden in de procesakten voor. Van dit ontzaglijk grote aantal leden werden ongeveer 330 Bokkerijders ter dood gebracht. Men zou zich kunnen afvragen, waarom de bende zoveel leden had. Een kleiner aantal zou immers bij een diefstal een groter aandeel in de buit krijgen. Bovendien waren de kopstukken er voortdurend op uit meer leden voor de bende te werven.

 Een verklaring is de volgende: Toen in de zuidelijke Nederlanden de Spaanse landen Oostenrijks werden, ontstond er een stroming in de zuidelijke Nederlanden, vooral in Brussel, om zich aan het juk van de Oostenrijkers te ontworstelen. De noordelijke provincies waren al langer bevrijd. In Brussel werd in het geheim tegen Oostenrijk geageerd. De mensen, die zich daarmee bezig hielden, noemden zich Patriotten. De revolutionaire plannen, die zij smeedden, moesten natuurlijk geheim gehouden worden.

De mogelijkheid is niet uitgesloten, dat chirurg Kerckhoffs met enkele Patriotten in aanraking is gekomen. Toen hij uit België terugkeerde is hij immers onmiddellijk begonnen in deze streken ook een dergelijke groep op te richten. In samenwerking met zijn broer Baltus wilde hij de bende op militaire leest schoeien. Een middel om de toekomstig leden militaire discipline bij te brengen. De tweede bende van de Bokkerijders verschilde dan ook aanzienlijk van de eerste bende. De bende onder leiding van Ponts verdeelde de buit onmiddellijk na de overval, terwijl de leden van de tweede bende de buit eerst bij de kopstukken brachten, waar zij op een later tijdstip verdeeld werd. De eed stond bij de leden van de tweede bende ook in hoger aanzien, terwijl de bewapening veel beter was.

Omdat het aandeel in de buit voor ieder lid afzonderlijk niet zo groot was, werd er veel gemopperd. Een veel gehoorde klacht was, dat de aanvoerders het meeste in eigen zak staken en de rest onder de complicen verdeelden. De gebroeders Kerckhoffs leverden het beste bewijs. Zij waren zeer egoïstisch en hielden het grootste gedeelte van de buit zelf. 

Een andere vraag is of Joseph Kerckhoffs wel de grote leider is geweest. De Bokkerijder Hendrik Akkermans heeft tijdens zijn verhoor namelijk een merkwaardig verhaal opgedist. Hij bevond zich op een avond in het huis van de glazer Anthoon Bosch in de Heeck, toen hij plotseling het galop van naderende paarden hoorde. Even later hielden de paarden voor het huis halt. Chirug Kerckhoffs, gekleed in een blauwe jas, trad de keuken binnen. Hij werd gevolgd door een onbekende ‘Heer’, die zonder een woord te zeggen door de keuken naar een aangrenzende kamer ging ‘en wel soo stout, alsof hij den weg naer die kamer wel geweten hadde’. Die man had een middelmatig postuur, ‘dog eerder groot dan middelmaetig, dick en wel geset, gekleed met een hemelsblauwen couleusen rock (jas) en camisool met silver galonne knopsgaeten en witte knopen. En een hoed met silver galon getooid. Van gesicht en gelaet vree off bars, hebbende een deegen of saebel op sijde en een carvatse in zijne hand en leere steveljens om sijne beenen’. Achter die onbekende man kwamen twee boerekerels, die stokken in de hand hielden. Zij gingen ook de aangrenzende kamer binnen. De glazer en Kerckhoffs behandelden die man met zoveel respect, dat Hendrik Akkermans onmiddellijk concludeerde, ‘dat dien Heer den alder oversten van hunne bende geweest is’.

Een van de vier dochters van de glazer Anthoon Bosch gaf tijdens haar ondervraging nadere details over de onbekende ‘Heer’ prijs. Zij vertelde, dat de man ongeveer vier keer bij haar vader in huis is geweest. Hij kwam steeds in gezelschap van Kerckhoffs. Zij kwamen altijd te paard. Deze werden in de stal van haar ouders geleid. Hij kreeg steeds het heerlijkste eten voorgezet, waarna de hele nacht gedronken en plezier gemaakt werd. Bij zo'n gelegenheid werden wel acht flessen witte wijn ‘soldaat’ gemaakt. Bovendien legde die man heel graag een kaartje, waarbij dan altijd om geld werd gespeeld. Hij speelde dan ‘Bruiten’. (Bruiten, ook Bel Bruiten genoemd, is een oud Limburgs kaartspel, dat met vijf kaarten ieder gespeeld werd. De Koning en de Vrouw waren de hoogste kaarten. Had men Koning-Vrouw van dezelfde kleur dan noemde men dat een Bruid, had men deze combinatie in harten dan noemde men het Belle-Bruid).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maar nog altijd was niet duidelijk wie deze vreemde man was, die de glazer in de Heeck bezocht en deed alsof hij er thuis was. De Bokkerijder Johannes Lycops geeft een antwoord op deze vraag. Op de pijnbank verklaarde hij dat hij in 1749 in het Lindeboomke bij de Bokkerijders was aangeworven. Dat gebeurde door een ‘Heer’, die zich uitgaf voor een Frans officier en op het kasteel Glasenapt woonde. Diezelfde man zou 16 of 17 jaar later in een herberg te Maastricht nog steeds Bokkerijders aan het ronselen zijn geweest. 

Via de Bokkerijder Tilman Swinnen kwamen de rechters erachter, dat de man, die op het kasteel Glasenapt woonde, contacten in Tegelen had. Op het kasteel Holtmühle in Tegelen woonde in 1711 Adam Ludwig van Hundt. Uit zijn huwelijk met Johanna Elisabeth von Quadt Wickeraet werd Louise Anna Elisabeth von Hundt geboren. Adam Ludwig stierf in 1728, waarna zijn vrouw met Frans Ferdinand van Calkoen, genaamd Loohausen hertrouwde. Zij stierf reeds op 3 februari 1736 en Frans van Calkoen bleef alleen met zijn stiefdochter Louise op het kasteel achter. Louise amuseerde zich met paardrijden en het maken van wandelingen.

 

 Op een morgen reed Louise alleen met haar paard over de heide. Zij werd opgewacht door Joachim Reinhold von Glasenapt, een Pommers edelman uit Grasz-Bülisheim, die het meisje schaakte. Joachim von Glasenapt was officier te Gelderen, dat toen een Pruisische vesting was. Louise heeft kennelijk weinig bezwaar tegen haar ontvoering gemaakt, want in 1744 trouwden zij in de garnizoenskerk te Wesel aan de Rijn. Jonker von Glasenapt kreeg hierdoor een groot aantal bezittingen zoals de Holtmeulen, de Haendert, Wambach, de Putting te Kessel en de Heerlijkheid Tegelen. De jonker is meestal ten onrechte baron von Glasenapt genoemd. Hij was een dapper, avontuurlijk, maar tegelijk ook zeer verkwistend man. In plaats van een bezadigd en deftig leven van een edelman te leiden, koos hij voor de voortzetting van zijn militaire loopbaan. Dat moest hij op eigen kosten en eigen verantwoordelijkheid doen. Hij onderhield zelf een afdeling huzaren.

  

In 1752 wilde Von Glasenapt de Holtmeulen bomvrij maken. Hij liet een gedeelte van de gebouwen met een laag zand bedekken. Door de grote belasting stortte in de nacht van de 17e april 1752 een gedeelte van het kasteel in. Jacob Vissel, een metselaar uit Gelderen, werd onder het puin bedolven en verloor het leven. Een ander minder gevaarlijk avontuur beleefde Von Glasenapt tussen de Horsterberg en de Hondsdijk, waar in een berg een beekje ‘Snelle Sprunk’ ontspringt. Deze bron trok de aandacht van de jonker. Hij liet een brede gracht door de heide graven, vanaf de bron in de richting van het Wambacher hout. Hij wilde het water van de lager gelegen ‘Snelle Sprunk’ naar de hoger stromende Wambacher Molenbeek leiden om zodoende het  water meer kracht te geven. Dat water moest zijn molen draaiende houden. Deze onderneming was natuurlijk gedoemd te mislukken. Het water wilde niet bergop stromen. De lege gracht werd sindsdien de ‘Gekkegraaf’ genoemd. In de buurt van de Hondsdijk is de ‘Gekkegraaf’ nog gedeeltelijk zichtbaar.

Wegens de vele processen, die hij tijdens zijn avontuurlijk leven kreeg, en de verkwistingen raakte jonker Von Glasenapt hoe langer hoe dieper in schulden. Wambach, dat reeds sinds 1556 familiebezit was, moest verkocht worden. Volgens de overlevering zou Von Glasenapt dit goed tijdens een kaartavondje verspeeld hebben. Inmiddels was in 1756 de 7-jarige oorlog uitgebroken. Het vechtersbaasje Von Glasenapt leefde weer op. Hij streed aan Pruisische zijde en werd negen keer gewond. Zijn militaire loopbaan bracht evenwel weinig geld in het laatje. In de jaren tussen 1755 en 1760 ging hij ‘munt’ slaan. Hij beweerde, dat hij daartoe het recht had gekregen van de keurvorst Karel Theodoor. Het geld bestond uit twee stuiverstukken van beter metaal. In 1861 waren nog veel ‘Glasenepkens’ in Tegelen in omloop. Thans zijn deze munten zeer zeldzaam. Op de Holtmeulen worden er nog enkele bewaard. Met dit geld verdiende Von Glasenapt tamelijk veel, want op 6 november 1759 was hij zelfs in staat om de hoeve ‘Nierberckt’ van Gerardus Besouw te Grubbenvorst te kopen.

 

Dit succes duurde niet erg lang, want op 18 juli 1760 werden de Glasenepkens van Gelderse zijde verboden. Toen er in 1763 een einde kwam aan de 7-jarige oorlog, keerde jonker Von Glasenapt niet meer bij zijn vrouw terug. Hij vestigde zich op een kasteeltje tussen Dülken en Boisheim. Zijn militaire hartstocht kon hij botvieren op 12 verlopen soldaten, die hij in dienst had. Zijn koetsier Zacharias, die hem ook in zijn ellende trouw bleef, ging voor zijn tot de armoede vervallen meester bedelen. Als men hem vroeg wie hij was zei hij: ‘Mijn naam is Zacharias. Mijn Heer en ik zijn beiden even rijk. Wij gaan beiden bedelen’. In 1800 overleed Von Glasenapt op 83-jarige leeftijd in een armenhuis te Keulen. Via zijn levensloop is niet duidelijk geworden welke rol hij bij de Bokkerijders heeft gespeeld. Dat hij ermee in aanraking is gekomen, staat onomstotelijk vast.

 

 

 

 

 

 

 
   
    

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.