HEEMKUNDE BEEK

Zoeken

NLDoet

IMG_5703.jpg

GASTENBOEK

 

     GASTENBOEK

gastenboek.jpg - 14,97 kB

GOLD AWARD

             GOLD AWARD

 Voor-3jaar.jpg - 244,20 kB 

        VOOR 3JAAR NR. 1

       

Bezoekers online

We hebben 8 gasten en geen leden online

WEBSITE 2016

 

 

          WEBSITE 2016

Afscheid Marietje

 

 Marietje.jpg - 94,97 kB

Afscheid Marietje

ANBI

 

anbi.png - 23,05 kB

Bokkenrijders

 

 Bokkenrijder-3.jpg - 30,67 kB

WEBSITE 2015

BECHA

 

 

Jo Hoen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     

     

     

         Jo Hoen †

     Oprichter en

       1e voorzitter

 

 

Beek Toen en Nu

Beek Toen en Nu 2

     BEEK TOEN EN NU 2

Beek Uw Gemeente

Sigaren industrie

Marechaussee in Beek

 

 

           FR. Piek

Woonkernen

Bandkeramiek

St.Martinuskerk

Sint Hubertuskerk

Kasteel Genbroek

           Genbroek

Oude Pastorie

 

                KLIK

Sjterfhoes

Herv. Pastorie

Vlag Mijnwerkersbond

 

 

Hubertus Molen

EyeWitness

SICOF

Gedonder in de Hemel

Leenhof Valkenburg

 

      LEENHOF VALKENBURG

Oude Pastorie

 

       Oude Pastorie

Beheerder-Jan Jacobs

            E-mail

   Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Inlogformulier

De Woeste avonturen van de Bokkenrijders 5

 

De woeste avonturen van de Bokkerijders 5

 

Een inbraak in een woning aan de Heereweg te Heerlen, waarbij de bewoners mishandeld en de vrouw des huizes verkracht werd, stond onder leiding van chirurg Kerckhoffs. Tal van Bokkerijders, die later gearresteerd zijn en een groot aantal getuigen die in de gevangentoren te Heerlen verhoord werden, schilderden deze beestachtige overval. De gruwelijke inbraak gebeurde in de woning van Matthias Benders. 

Hij woonde met zijn gezin - samen met zijn vrouw Anna Haanen had hij twee kinderen - aan de Heereweg, in de Vossekuil in de buurt van Roebroeck te Heerlerheide. Volgens verklaringen van Matthias zat hij donderdagavond 13 november 1760 met zijn twee kinderen geknield in de woonkamer te bidden. Dat was een dagelijks ritueel, voordat de kinderen gingen slapen. Zijn vrouw Anna was niet thuis. Anna werkte als hulp in de huishouding bij een ander gezin aan de Heereweg. Plotseling zwaaide de deur, die op dat uur nog niet gesloten was, open. De biddende Matthias dacht aanvankelijk dat het zijn vrouw was, die na haar werkdag thuis kwam. Hij bleef bidden met zijn kinderen. Maar toen hij zich omdraaide zag hij tot zijn grote verbijstering, dat vier kerels het huis binnendrongen. Voordat hij zijn mond had kunnen openen sloegen zij hem tegen de grond, waarna hij aan handen en voeten gekneveld werd. De twee kinderen kregen dezelfde behandeling. 

Matthias kende niemand van de indringers. Vanuit zijn ooghoeken zag hij hoe een van hen een witachtig ‘camisool’ droeg, terwijl een ander een bruin ‘camisool’ aanhad. Deze twee bandieten waren het eerst het huis binnengekomen, en hadden Matthias onder handen genomen. Zij spraken ‘hoogduits’. Meer wist Matthias zich van deze overval niet meer te herinneren, omdat hij bijna van angst was gestorven, toen hij zijn vrouw Anna de kamer binnen zag komen. Voor het gerecht vertelde Anna, wat er toen verder gebeurde. Nadat Anna haar werkzaamheden in dat andere huisgezin geëindigd had, ging ze naar huis. Het was die avond zeven of acht uur geworden. 

Anna hoefde niet ver te lopen om bij haar woning te komen. Bij de deur van haar woning zag zij een forse kerel staan. Hij droeg een blauwe jas en had zijn haren opgebonden. Anna liep niets vermoedend op hem toe. Toen zij bij de man in de buurt kwam, greep hij haar vast en stootte haar het huis binnen. Anna struikelde de woonkamer in en viel in de armen van de andere bendeleden. In een flits zag zij wat er met haar man en twee kinderen was gebeurd. Zij lagen gekneveld op de grond en konden zich niet verroeren. Anna was verstijfd van schrik. Twee, drie welgemikte slagen kreeg Anna tegen het hoofd. Zij wankelde en dreigde te vallen. De slagen waren echter zo hard aangekomen, dat zij zich even later toch niet staande kon houden. Geluidloos zakte Anna ineen. De bandieten zetten de vrouw weer op haar benen en rukten haar alle kleren van het lichaam. Geheel naakt werd de vrouw aan handen en voeten gekneveld en op de grond gegooid. Een van de bandieten verkrachtte haar. Anna was zo overstuur geraakt, dat zij haar aanranders niet herkend had en zelfs niet wist hoe de mannen gekleed waren. Nadat de bandieten het huis hadden verlaten en Anna weer enigszins helder kon denken, had zij geconstateerd, dat de Bokkerijders al het geld hadden gestolen en boter, kaas, kleren en zelfs het beddegoed hadden meegenomen. De kippen en hanen, die Matthias hield, waren ook verdwenen. Het gerecht van Heerlen was precies een maand na de overval in de gelegenheid de getuigen te horen. Dit onderzoek was terdege voorbereid, want het gerecht kon een groot aantal getuigen, waaronder Matthias en Anna Benders, horen. Deze verhoren werden in de gerechtskamer van de gevangenentoren in het centrum van Heerlen afgenomen. Nadat de schepenen naar de lezingen van Matthias en Anna hadden geluisterd werd als derde getuige Matthys Styfs uit Heerlerheide opgeroepen. Matthys Styfs vertelde, dat hij op de avond van de overval op Matthias Benders bij meester Nicolaas boekweit had gedorst. Hij werd daarbij door Manus Senden en Wilhelmus Cordewener geholpen. (Meester Nicolaas was de beruchte Bokkerijder Nicolaas Herscheler, een vilder te Schrijversheide en onderkapitein van de bende der Bokkerijders. Manus Senden en Wilhelmus Cordewener waren eveneens lid van de bende). Volgens Matthys Styfs waren er op die avond vijf vreemde mannen in het huis van meester Nicolaas gekomen. Zij brachten hem de groeten van zijn broer Dirk Herscheler, een vilder te Hollands Neerbeek. Nicolaas vroeg de vreemdelingen of zij vanuit Sittard kwamen. De mannen antwoordden dat zij deserteurs van de Hannoverse troepen waren. Zij spraken echter dezelfde taal, die in deze streek gebezigd werd. De mannen rammelden blijkbaar van de honger, want ze hadden enkele koolrapen, die zij voor de woning van Herscheler hadden gevonden, opgegeten. Zij vroegen aan meester Nicolaas een kan bier. De vilder gaf hen echter te verstaan, dat hij geen bier in huis had. De mannen wilden ook wel met een kan water genoegen nemen. Nicolaas vulde een kan met water en gaf de man- nen een paar koeken. Styfs merkte, dat zij zich eigenaardig gedroegen, maar wat hij zo vreemd aan deze mannen vond, kon hij niet verklaren. De vijf deserteurs aten de koeken op en dronken water. Tegen zeven uur stapten zij op. Zij vroegen aan Nicolaas of hij een goede herberg kon aanbevelen. Nicolaas zei, dat er geen herberg in de buurt was en dat de dichstbijzijnde herberg in Rumpen lag, de herberg van een zekere Culp. 

Manus Senden, die Styfs bij het boekweit dorsen geholpen had, wilde op dat moment ook vertrekken. Maar een van de mannen, gekleed in een blauwe jas, versperde hem de weg. Hij zei: ‘Blijf hier, ick laet je niet uitgaen’.  

Uiteindelijk verliet het vijftal toch de woning van Nicolaas Herscheler. Zij gingen echter niet naar de herberg in Rumpen, maar verdwenen in de woning van Lisbeth Kreyten, de buurvrouw van Nicolaas Herscheler. Dat was alles wat Matthys Styfs, die avond gehoord of gezien had van wat eventueel in verband met de overval op Benders kon staan. 

De vierde getuige, die in de gerechtskamer in de gevangenentoren moest verschijnen, was Joseph Pallant. Joseph woonde te Schrijversheide, in de buurt van Nicolaas Herscheler en Lisbeth Kreyten. Op die bewuste avond werd er bij hem op de deur geklopt. Hij opende de deur en zag de zoon van Lisbeth op de stoep staan. De jongen maakte Pallant duidelijk, dat hij naar het huis van zijn moeder moest komen, want er waren huzaren in huis. Pallant ging onmiddellijk met de jongen mee. Om bij het huis van Lisbeth Kreyten te komen, moest hij een klein stukje heide oversteken. Nauwelijks had hij zijn eerste schreden op de heide gezet of hij werd door een troep kerels omsingeld. De mannen zeiden tegen hem: ‘Dat jongsken is bang, maer wij hebben de vrouw richtig haar brandewijn betaelt’. Ze vroegen Pallant daarop of hij hen geen onderdak voor die nacht kon verschaffen. Hij wees de mannen zijn schuur, waar zij konden overnachten. De vreemde mannen overlegden, wat ze zouden doen en besloten geen gebruik te maken van het aanbod van Pallant. ‘De maan schijnt zo helder, laat ons maar naar Heerlen gaan’, zeiden zij tegen elkaar. Pallant moest hen daarom de weg naar Heerlen wijzen. Hij moest met de groep tot aan het Versieliënböschke meelopen. 

Hier mocht hij terugkeren. De mannen wensten hem bij het afscheid nog, dat God hem en zijn kinderen mocht bewaren. Zij verdwenen toen in de richting van Heerlen. Pallant kon het gerecht niet meedelen hoe groot de groep was. Hij wist ook niet hoe de mannen gekleed waren. De enige beschrijving die hij kon geven was ‘dat het eene groote hoop volcks was en dat eene swart was onder de neus’. 

Als vijfde getuige verscheen Elisabeth Kreyten in de gevangenentoren. Zij was de vrouw van Edmond Smeets. Lisbeth vertelde, dat zij af en toe aan voorbijgangers een glaasje brandewijn verkocht. 

Op de avond van de overval op Matthias en Anna Benders was haar hond voortdurend onrustig geweest. Hij bleef zonder aanwijsbare oorzaak blaffen. Lisbeth kon hem met geen enkel middel bedaren. De hond volgde geen bevel meer op. Haar zoon, die door het voortdurende geblaf onrustig was geworden, ging naar buiten om te kijken wat er gaande was. Hij zag dichtbij het huis van Nicolaas Herscheler een groep mensen staan. Hij ging weer naar binnen en bespiedde de mannen uit de groep naar

hun huis. Opeens zag hij, hoe een van de mannen uit de groep naar hun huis kwam. De man klopte aan. Lisbeth Kreyten riep: ‘Ick darf niet. Het is mij van de Heeren van Heerle verboden vreemd volck op te houden en bij den avonts tijd in te laeten’. De man schreeuwde terug, dat de vilder hen verteld zou hebben, dat Lisbeth aan passanten brandewijn verkocht. Die wilden zij kopen. Hij dreigde de deur en de ramen stuk te slaan als zij hen niet vrijwillig zou binnenlaten.

Met de schrik in de benen opende Lisbeth toen de deur. Drie kerels kwamen naar binnen. Zij liepen vrijpostig door het hele huis en vroegen waar de brandewijn was. Lisbeth schonk bevend enkele glaasjes vol. Een van de mannen vroeg Lisbeth een groter glas, want op de heide waren nog meer mensen, ‘die soude flauw worden’. De man, die dit zei, pakte een theekopje, schudde dit vol brandewijn en bracht het zelf naar buiten. De mannen hadden ieder vier glaasjes brandewijn gedronken, die keurig betaald werden. De mannen hadden zich als ‘Brandenborgsche deserteurs’ uitgegeven. Tegen zeven uur vertrokken zij. Omdat Lisbeth geen stap buiten de deur durfde zetten, kon zij het gerecht niet meedelen, waar de mannen naar toe waren gegaan. Ze spraken volgens Lisbeth ‘allerhand vermaekte spraecke’ met af en toe ‘duits’ er tussen door. Lisbeth had niemand gekend en kon verder geen inlichtingen geven.

Als laatste getuigen werden Nicolaas Herscheler en zijn vrouw Maria Catharina Ponts gedaagd. Nicolaas beschreef het bezoek van de vijf mannen op de avond van de overval. Volgens hem was een van de mannen gekleed in een grijze jas en had een muts met kleppen op zijn hoofd. Een ander droeg een blauwe jas met rode revers, terwijl de overigen groene en blauwe jassen droegen. Zijn lezing kwam overeen met hetgeen Matthys Styfs het gerecht al had verteld. Het onderzoek werd met deze getuigenverklaringen gesloten.

De Bokkerijder Johannes Cordewener verklaarde op 11 mei 1773 op de pijnbank te Valkenburg medeplichtig te zijn geweest aan de overval op het gezin van Matthias Benders. (Johannes was een broer van de Bokkerijder Wilhelmus Cordewener). Hij was toen in gezelschap van onder anderen Leonard Spierts, Nicolaas Herscheler, Henricus Kreyten, Dirk Rozenboom, Lennert Maas, Peter Harzog, Johannes Steyns, Geerhard Dirkx en Jacobus Junneman. De chirurgijn Kerckhoffs uit Herzogenrath voerde het commando, hoog te paard gezeten. Johannes Cordewener had zoals gebruikelijk bij bekentenissen van Bokkerijders slechts op de uitkijk gestaan. Hij kon derhalve niet vertellen, wat er zich in huis had afgespeeld. Van zijn complicen, die wel binnen geweest waren, had hij naderhand gehoord, dat zij de bewoners mishandeld en de vrouw des huizes uitgekleed en verkracht hadden. De inbraak had slechts een half uur in beslag genomen. Dirk Herscheler verklaarde op 11 juni 1773 op de pijnbank in Valkenburg, dat de lompenkoopman Edmond Smeets, de man van Lisbeth Kreyten, bij de inbraak betrokken was. Smeets werd later bij een vechtpartij doodgeslagen. Dirk Herscheler gaf toe, dat hij Anna Benders in de keuken had verkracht. Bij andere inbraken had hij ook twee pogingen daartoe gedaan.

illustratie

Geheel links staat de gevangenentoren van Heerlen, waar het gerecht een groot aantal getuigen kon ontbieden, die met hun verklaringen een bijdrage moesten leveren aan het oplossen van de inbraak bij Matthias Benders. De verklaringen waren echter weinig steekhoudend, zodat het gerecht tot geen enkele arrestatie kon overgaan. Pas dertien jaar later gaven twee Bokkerijders op de pijnbank in Valkenburg toe bij de overval betrokken te zijn geweest.