Heemkunde Beek

Zoeken

Bezoekers online

We hebben 48 gasten en geen leden online

WEBSITE 2016

 

 

          WEBSITE 2016

Website 2015

BECHA

 

 

==========

 

 

Beek Toen en Nu

Beek Toen en Nu 2

     BEEK TOEN EN NU 2

Beek Uw Gemeente

Sigaren industrie

Marechaussee in Beek

 

 

           FR. Piek

Woonkernen

Bandkeramiek

St.Martinuskerk

Sint Hubertuskerk

Kasteel Genbroek

           Genbroek

+++++++++++

Oude Pastorie

 

                KLIK

Sjterfhoes

Herv. Pastorie

Vlag Mijnwerkersbond

 

 

Hubertus Molen

EyeWitness

SICOF

Gedonder in de Hemel

Leenhof Valkenburg

 

      LEENHOF VALKENBURG

Oude Pastorie

 

       Oude Pastorie

+++++++++++

Beheerder-Jan Jacobs

            E-mail

   Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Inlogformulier

Aldenbiesen 4202-3

 

Folio 21 

Neerbeeck.

 

Wilhelm Lenaerts gelt voer zijn aendeel van een boender weijden daer hij op wohnt v½ vat roggen. 

Soo alles betaelt biss het iaer 1624 incluijs. rest de anno 1625 xiij gl-xv st. 

Den 21 decemb 1626 ontf van Heijncken Schols xvj gl--j st. Die        dient hem aen sijn pacht 

die hij van sijnent wegen is gelden. 

Den 28 Novemb 1627 heb ick met Heijncken Schols gerekent van alle restanten tot het iaer 1626 incluijs bevijnt ich heijncken schuldig te sijn vj gl--vii½st j oert. Het welck hij te vollen betaelt heeft die     anno vt supra. 

Item ontfangen van Heijncken den selven dach   tgene at 8t andriesmis   schijnt 1627 --ii½ gl--iiij st--iij oert. 

Den 21 Aprilis 1629 ontf van Heijncken op rekeningh twie pattarons ad v gl--xviij st. 

Folio 22 

Die erffgenamen van Leentgen Thijssen gelden van die selve weijde -ij vat--j cop roggen. Soo alles betaelt biss het iaer 1624 incluijs. 

Rest de anno 1625 vi½ gl--vii½ st. 

Den 20 Novemb 1626 ontf van Lens Thijssen die somma van xii½ gl waermede te vollen betaelt is den pacht van 2 iaeren te weten 1625 ende 1626. 

Resteert de anno 1627 ii½ gl--iij oert. 

Daerop ontfangen van Lens Thijssen den 20 maij 1629 ii½ gl--vij st--iij oert is alsoo te vollen betaelt den pacht des iaers 1627. 

Item den selven dach noch ontfangen v gl--vijj st--j oert waermede hij betaelt heeft den pacht gevallen anno precedent 1628. 

 

Jan Swilden gelt van die selve weijde zijn aendeel ij vat--iij cop rog. 

Rest biss het iaer 1624 incluijs j gl--½ oertij. Rest de anno 1625 vi½  gl--vii½ st. 

Daerop ontf van Dries der eidom van jan Swilden den 29 Novemb 1626 iiij gl--vij st- j oert op rekeningh. 

Item den 25 Aprilis ontf als voer ii½ gl--viij st. 

Rest de anno 126 iij gl--xiiij st--j oert. 

Daerop ontfange0n op rekeningh van die huijsvrou van Dries der eidem Jan Swilden den letsten Decemb 1627 ii½ gl--viij st--iij oert. 

Rest de anno 1627 gelijck ick hen had gelaten ii½ gl--v st.

Daerop ontf den 16 Julij 1628 iiij gl--iij oert. Daermede hen van alles quijteren biss het iaer 1627 incluijs. 

Den 18 Junij 1629 ontf op rekeningh van Dries der eidom van Jan Swilden een ?attiorij ad ii½ gl--ix st. 

Folio 23 

Jan Stass alias Wolfjan gelt van i½ boender weijden eertijts in erffpacht vuijtgegeven voer achttien vat roggen sijn aenpaert ij vat--j cop roggen. 

Soo alles betaelt biss het iaer 1624 incluijs. 

Rest de anno 1625 affgengen tegen dat Gierken hen         aen pacht van Jan ?ax v"gl--j st. 

Nota segt Gierken dat hij inde leste rekeningh met mij gedaen alles schuldig bleeft vier gl--v st, waerop hij heeft betaelt p dicomputing vier gl den 21 deceb 1616 rest alsoo vijf st. 

en 17 Januarij 1627 ontf van Gierken der smit iiij gl--j st alles hiermede te volle betaelen biss het iaer 1626 incluijs. 

en 23 Julij ontf van Gierken ij gl--v st daermede beth p anno 1627. 

Jacob Robroex erven gelden van die selve weijde i½ vat roggen. Item gelden noch ij capuijn en iij fierdel. Item gelden xxj brab. 

Rest de annis 24 en 1625 affgetogen tgene dat Jan Robroex in twee wijsen gegeven hatt v gl--xj st--j oert. 

Nota van dese voorschreven anderhalff vaten roggen  moet      Jacob cruichs iij cop roggen gelijck ick gerekent heb met die huisvrou van Jacob voorsg van het iaer 1624 biss 1627 beijde incluijs maekt vier iaeren beloopen haer aendeel iiij gl--iij st--iij oert daerop sij betaelt heeft den 18 Septemb 1628 een rijxdaelder ad i½ gl--viij st. 

en 14 octobus 1628 ontf van Lijseken Robroex 

    

Meijken Robroex van Maestricht gelt van die sleve weijde voer haer aenpart j vat j cop rog. 

Rest biss 1624 incluijs ij gl--iiij st--ij oert. 

Rest de anno 1625 v gl--xii½ st. 

Daerop ontf van Neleken Clommelvoets die moeder van Jan Aerts den 4 Januarij 1627   gl--i½st--j oert. den 17 Januarij 1627 heeft Gierken der Smit tot nierbeeck gegeven inden name van Janaerts v gl. rest de anno 1626 iij gl--iij oert --st 

Den 22 Februarij 1628 ontf van Neleken die moeder van Jan aerts iij gl--vii½ st 

Daermede betaelen aales af tot het iaer 1627 incluijs. 

Den 25 Aprilis 1629 ontf van Neleken vt supra op den pacht gevallen ao 1628 die somma van iij gl--4 st--2 oert. 

Folio 24 

Herman Colen gelt  van die selve weijde ij vat rogg. 

Rest biss 1624 incluijs ii½ gl--iiij st. Item rest de anno 1625 v gl. 

Den 13 Decemb 1626 ontf van Herman vsg viij st is hiermede alle voergaen te vollen betaelt. Item dient hem aen pacht gevallen anno 1626 die somma van j gl.  

Item heeft Herman vsg den selven dach met mij accordeert vant gene 1626 vervallen is sulog-gen een          is alsoo alles biss 1626 incluijs te vollen betaelt. Rest de anno 1627 ij gl--ij st. 

Rest de ao 1628iij gl--xvj st. 

 

Corst Pickarts gelt van die selve weijde j vat rog. 

Soo alles betaelt biss het iaer 1624 incluijs. 

Rest de anno 1625 ii½ gl. Rest de anno 1626 j gl vij st. Rest de anno 1627 j gl j st. Rest de anno 1628 j gl--xviij st. 

Folio 25 

Sijken Heer Jans gelt van die selve weijde voor haer aenpar. t iij vat rog. 

Item gelt noch van Nijssen Hexken iij cop rog. 

Rest biss 1624 incluijs j gl--viij st--iij oert. rest de anno 1625 ix gl--vii½ st. 

Den 21 Deceb 1626 ontf op rekeninghe van Lintgen die sone van Sijken vsg ii½ gl--viij st. Item den 28 martij 1627 ontf van Lijntgen vsg ii½ st ende is te weten dat Lijntgen hiermede betaelt heeft de pacht gevallen anno 1626 die voergaen restanten moeten die kijnderen te samen gelijckerhant betalen put dicit lijntgen. 

Den 6 Decemb 1627 ontf van Lijntgen     Jans iij gl--vjst ende dat voir den pacht gevallen anno 1627. 

Item den selven dach ontf van Lijntgen vsg die voergaende restanten ad computum iij gl--xiiij st. dicit Lijntgen dat Jan sijnen kijnder van wegen die alde restanten iaeren genen eenen daelder die ander rest moet Lijntgen betalen. 

Rest de anno 1626 v gl--j st--j oert. Rest de anno 1627 iii½ gl--viij st--iij oert. 

Nota het iaer 1627 hatt Lijntgen te vollen berth vt supra, Daerop ontf van Lijntgen  den 22 octob 1628 iij gl. Den 26 Novemb heeft die huisfrou van Jan Lemmens pe             mij gegeven j gl--vst rest ergo Jan voer sijn aenpart v st die welck         heeft nae datum quijt dient met arbeiden. lesten daermede 1628 ontf van Lijntgen ij gl. 

 

Jan Bax erffgenamen gelden van die selve weijde iij vat roggen. 

Rest biss 1624 x st. Item p anno 1625 heeft Gierken der schmit betaelt. 

Nota dit pant heeft gegolden Gierken der smit ende heeft alles te vollen betaelt den 17 Januarij 1627 met v gl viij st tot het iaer 1626 incluijs. 

Den 23 Julij 1628 ontf van Gierken vsg iij gl--iij st. Daermede betaten p anno 1627.    

Folio 26 

Heijncken Schols gelt van die selve weijde ij vat j cop roggen. Item gelt noch van een halff boender lants j vat roggen. Item gelt van sijnen huijsgraeff j capuijn. 

Soo alles betaelt biss het iaer 1624 incluijs. rest de anno 1625 viij gl--xii½ st. 

Den 10 Januarij 1627 ontf van Heijncken Schols der jonge die somma van vj gl het welck bij het gene gerekent dat hij aen pacht van Willem Lenaerts overbetaelt heeft blijft noch schuldig de anno 1625 vi½ st. Den 23 Maij 1627 ontf van Heijnken Schols op rekeningh v gl--xviij st. 

Heijcken Schols heeft alles betaelt en voldaen den 28 Noveb 1627 tot het iaer 1626 incluijs gelijck bij des pacht van wilhem lenaerts noteert staet pagina 21. 

Nota met Heijncken Schols gerekent de 19 Augusti 1628 soo van desen pacht als van staen op Wilhem Lenaerts blijft schuldigh daer van biss het iaer 1627 incluijs vij gl--ix st. Daerop ontf den selven dach een pattloon tach--vii½ gl--ix st. 

Item ontf van Heijncken 21  ber v stuijvers. Den 14 octobris ontf van Heijncken Schols ij      . 

Den lesten octob ontf van Heijncken vsg ii½ gl--ix st. 

Rest alsoo noch xvj st die hunen heeft hij hun gelevert op het iaer 1628. 

 

Jan Timmermans gelt oock van die selve weijde iij cop roggen. Rest biss het iaer 1624 incluijs j gl--iii½ st. Rest de anno 1625 i½ gl--vii½ st. Rest de anno 1627 xv st--iij oert. Daerop ontfangen den 21 septemb 1628 van Trijneken Welter ende Heijncken Schols tsamen die somma van v gl een halvenswijnen daermede alles betaelen tot het iaer 1627 incluijs. 

Folio 27 

Peterken Bannitz erfgenamen gelden te samen pro op scheijde parcelen staet v cop rogg--iiij capuin-iii½ schillingh hiervan betaelt nu Thijsken Bannitz van biessen v cop roggen onderpant huijs ende hoff tot neerbeckes. 

Soo allles betaelt biss 1624 incluijs. Rest Thijsken de anno 1625 vijf cop roggen iij gl--ii½ st. Item rest de anno 1626 j gl--xiij st--iij oert. 

Daerop ontf den 27 augusti 1627 eenen cruijs rixdaelder ad ii½ gl--vj st--j oert. 

Rest de anno 1627 j gl--vj st--j oert. 

Den je April 1629 ontfangen van Thijsken vsg iij gl--viij st. Soll alsoo aen  voergaen rest overtaelt zijn viij st--ij oert die welcke hen dienen op den pacht gevallen 1628 

 

Jan Bannitz betaelt hier van voer zijn aendeel i½ capuijn. 

Soo alles betaelt biss het iaer 1624 incluijs. Item het iaer 1625 is te vollen betaelt Item den 2 Junij 1627 ontf van Jan Bannitz een capuijn ende een haen p anno 1626. Item 24 Junij 1628 ontf een capuijn en een haen. 

Folio 28 

Enken Bannitz gelt ii½ capuijn, iii½ schillingh onderpant een stuk weijde voerhoef lanx henrick van 

Soo betaelt biss het iaer 1624 incluijs. Item het iaer 1625 is te vollen betaelt. Item den 10 octob 1626 ontf van Enken vsg iij capuijn in plumis betalen hiermede p anno 1626 eenen halven capuijn overtaelt. Den 16 januarij 1628 ontf van Enken Bannitz ij capuijn in plumis bij gerekent sijnde nue de halven             anno overtaelt heeft betaelt te vollen p anno 1627. 

Den 28 Januarij 1629 ontf van Enken ij capuijn in plumis p ao 1628. 

 

Dierck op Vartenberch gelt van huijs ende hoff j vat roggen. Soo betaelt biss 1624 incluijs. Rest de anno 1625 ii½ gl. 

Den 9 Januarij 1628 ontf van Dierck vsg ii½gl is dese te vollen beth p anno 1625. 

Den 16 Aprilis ontf van Lijseken schruijers inden name van dierck op Vartenberch voir een vat roggen gevallen anno 1626 j gl--v st--iij oert betalen hiermede pro anno 1628. Rest de anno 1627 j gl--j st. 

Den eersten Maij 1629 ontf van Dierck vsg een vat roggen in granis betaelen hiermede pro ao 1620. 

Folio 29 

Peterken op Vartenberch gelt van een stuck lants soo hij van sijnen vader becomen hatt j vat roggen. Soo alles betaelt biss 1624 ii½ gl. 

Rest de anno 1625 ii½ gl. Rest de anno 1626 i gl--vij st. 

Den 8 Martij ontf van peterken  vsg iii½ gl--vij st 2 oert is alsoo te vollen betaelt pro annis 1625 en 1626. 

Resteert p anno 1627 j gl--j st. resteert p de anno 1628 j gl  xviij st. 

 

Grietgen inden aldenhoff gelt van huijs ende hoff j vat roggen met Lemmens kijnderen. Item gelt noch van lant j vat roggen ende xvii½ gl c daervoer gerekent v gl des iaers. Grietgen gelt van ij derdel roggen ende twee delen van vijff gl maeckt iij gl  vi½ st ij ruter. 

Soo alles betaelt tot 1624 incluijs. 

Rest de anno 1625 de betalinghe affgetro i½ gl. 

Den 6 decenb 1626 ontfangen van Jan Lemmens den zone van Grietgen vsg op rekeningh een spaensche matte ende een engelschen raall doende tsamen iij gl--ij st--j oert. 

Rest de anno 1626 die betalingh vt supra aafgetogen ii½ gl--ii½ st. 

Daerop ontfangen den 2 februarij 1628 j pattaron ad ii½  gl--ix st. 

Rest de anno 1627 iij gl--xiiij st--j oert. 

Daerop ontf van Jan Lemmens den 27 Augustibus ii½ gl--ix st. 

Item ontf van Jan vsg 18 aprilis 1629 vij st daermede alles betalen tot het iaer 1627 incluijs. Item ontf van Jan vt supra op rekeningh is genich soo andren 1628 gevallen is viij st. 

Folio 30 

Die kijnderen van Pie Lemmens gelden daervan met grietgen vsg --j derdel roggen ende i½ gl--iij st--j oert--j rutger. 

Rest biss 1624 incluijs --iiij gl--iiij st. Item rest noch de anno 1625 ii½ gl. 

Item rest de anno 1626 ij gl--ij st--j oert--j rutger. 

Daerop ontf van Peter Peters den 26 Martij 1628 v gl--xviij st. 

Rest de anno 1627 ij gl--j oert--j rutger. 

Daerop ontfangen van Meijken Peters den je octobris 1628 ij gl. 

Rest de anno 1628 ij gl--v½ st--j oert--j rutger.

 

Jan Lemmens alias bagerjan gelt van huijs ende hoff j vat roggen. 

Rest biss 1624 incluijs iij gl--v st--ij oert. Item rest de anno 1625 ii½ gl. 

Rest de anno 1620 j gl--vij st. Rest de anno 1627 j gl--j st. 

Daerop ontfangen van Jan vsg den 11 Januarij 1629 ii½ gl--viij st. 

Rest de anno 1628 j gl--xviij st. 

Folio 31 

Thijsken Vederwisch gelt van eenen halven morgen lants ½ vat roggen.  

Item gelt noch van een weijde gelegen in die austiege ij capuijn van Jan Wagemans. Item gelt noch xij penningen. 

Item gelt noch van een weijde gelegen in die austiege ij capuijn van Jan Wagemans. Item gelt noch xij penningen.Soo alles betaelt biss 1624 incluijs. 

Soo alle betaelt biss 1624 incluijs. Rest de anno 1625 ij gl-- vij st--j oert. 

Den 25 Aprilis ontfangen van Zeveren Verwissen ii½gl--ix st. blijft ergo te ort het iaer 1626 ingerekent een halff vat roggen iij st--j oert. 

Nota die twee capuijn met te penningen moet voerdaen betalen  Daem Haen soo nu die weijde vercregen hatt waer van den iersten pach is op hem gevallen  anno 1626 lesterden. 

Den 6 Decemb 1627 ontf van die huisvrou van Daem Haen ij capuijn in plumis betalen p anno 1626. Item eidom die ontf vj st en dat voer die penningen gevallen annis 1626 en 1627. 

Den 30 Novemb 1628 ontf van die huisvrou van Daem Haen 3 capuijn in plunus betalen daer-mede het iaer 1627 en op het iaer 1628 een capuijn rest alsoo een capuijn. 

Item ontf 3 st wegen die penningen pro anno 1628. 

Den 6 februarij 1629 ontf van Zeveren Verwissen I gl vij st iij oert daermede betalen het iaer 1627 en 1628. 

 

Wijncken Thijssen goet van Vranck Coemans huijs ende hoff i½ vat roggen. Item gelt met Robroex erven i½ capuijn--i½ fierdel capuijn. 

Soo allles betaelt biss 1624 incluijs. 

Rest de anno 1625 iiij gl--xiij st--iij oert. Rest de anno 1626 ii½gl--ix st--j oert. 

Daerop ontfangen den 13 februarij 1628 die somma van vij gl- 

Item den 19 februarij 1628 ontf 2 capuijn in plumis. Den 26 decemb 1628 ontf 2 capuijn in plumis. Item den selven dach ontf van wijncken iiij gl--xv st daermede alles betaelende biss 1628 incluijs. 

Folio 32 

Neliken Coemans gelt van huijs ende hoff ½vat roggen. Item gelt ij capuijn--j alden grooten. 

Die capuijn sijn alles gelevert tot het iaer 1625 incluijs. 

Rest wegen het halffx vat roggen en den alden grooten biss het iaer 1625 incluijs ij gl--vi½ stItem rest de anno 1625 j gl--vi½ st. 

Den 6 Novemb 1626 ontf van Neliken Coemans een hahn en een pull heb mij daermede laten contenteren van        ij capuijn p anno 1620. 

Den 4 decemb 1627 ontf van Neliken iij capuijn in plumis betaelen pro anno 1627 suppleren oock voorts tgen sij anno1626 aen die capuijn te cort gegeven had. 

Den 2 Decemb 1628 ontfangen van Neliken 2 capuijn in plumis betaelen p anno 1628 

Rest de anno 1626 een halff vsg roggen en een alde groot tsamen xvst. 

Rest de Ao 1627 --xij st. Rest de anno 1628 i gl--2 oert. 

 

Jacob Craechs gelt van een weijtgen j derdel ende eenen cop roggen i½ capuijn ix brab j boddreger vercregen van Jan Hamers. 

Rest biss het iaer 1624 incluijs v½ gl. Waertegen jacob intebrengen heef motaert die hij op diversche reijsen gelevert hatt. 

Item moet Jacob Craechs betalen van wegen Jan Robroex soo die huijsvrou van Jacob selve heeft aengenomen de anno 1623 i½ vat roggen maeckt nae die erffractie i½gl--vii½ st. Item resteert de anno 1625 ii½gl--i½ st. 

Nota dat die huijsvrou van Jacob vsg segt dat sij alleen maer een cop rogg daervan moet betaelen alsoo dat het derdell per   ??? 

soo ick met haer gerekent heb den x Januarij 1628 en breckt in van mostaert gelevert te hebben vj gl v st die welcke aff sijnde met die voergenoemde betalen daer op gehadt en noch huijden en rixdaelder blijft van alles te cort tot het iaer 1627 incluijs j gl. 

Den 14 octob 1628 ontf een haen .Item hatt daer te voeren       ??   

moeten hen dienen voer drie capuijn betalen alsoe die capuijn van twee iaeren 1627 en 1628. 

Folio 33 

Heijncken Emen dochter wonend tot Maestricht gelt van een stuck lants achter die quattel j vat roggen. 

Betaelt biss 1624 incluijs. Rest de anno 1625 ii½ gl. Rest de anno 1626 I gl vij st. 

Den 24 octob 1627 ontfangen van Trijncken Cuijels wegen dese voergaen restanten tsamen iij gl xvj st alsoo alles betalen tot het iaer 1626 incluijs. 

Den 16 Aprilis 1628 ontf van Jan de bije  vat roggen in granis betalen hiermede p anno 1627. Den 12 Martij 1629 ontf van Ttrijneken Cuijels een vat rogg in granis betalen hiermede p anno 1628. 

 

Jan Metsmekers van Sittart gelt van drie morgen lants v cop roggen. Item gelt noch van een halven morgen lants die hij aen Lemmen der naer gegolden hatt j vat roggen. Betaelt biss 1624 incluijs. 

rest de anno 1625 v gl--xii½ st. rest de anno 1626 iij gl --ijj oert st. 

Daerop ontf van Marten Thijsens die somma van vj gl--xij st--iij oert den 28 Novemb 1627. Rest ergo noch ij gl--ij oert st. 

Den 28 Novemb 1627 ontf van Marten Thijsens inden name van Jan Cruchs ofte vij cop rog ende dat voor den pacht andren 1627 vervallende. 

Den 27 Decemb 1628 ontfangen van Marten Thijsens inden name als voer ij vat iij cop roggen betalen hiermede pro ao 1628 ende van het voerleden iaer was hij te cort             2 cop roggen de welcke hiermede betaelt sijn. 

Folio 34 

Berb Nijsten ende Enken Nijsten gelden tsamen van 30 cleyn roeden lants gelegen acher var-tenberch ½ vat roggen. 

Rest Berb Nijsten biss 1624 incluijs xv½ st--i½ oert. Item rest de anno 1625 xii½ st. Den 13 Novemb 1627 ontf van berb Nijsten een half vat roggen in granis daermede betalen de annis 1625 en 1626. 

Enken Nijsten gelt daervan eenen cop. Rest biss 1624 incluijs ix st--ii½ oert. 

Rest de anno 1625 xii½ st. Hierop ontfangen van Entgen Nijsten per 23 Aprilis 1627 xij st. 

Rest de anno 1626 vj st--iij oert. Den 18 februarij 1628 ontfangen van Enken vsg xviij st. Rest de Ao 1627 v st--j oert. Rest de Ao 1628 ix st--2 oert.

Folio 35 

Peterken Leunis kijnderen gelden van een hoeffken gelegen achter Willeken Scheurkens hoff j vat roggen. Rest biss 1624 incluijs j gl--vij st. Rest de anno 1625 ii½ gl. 

Hierop ontf van Dierck Senden voer zijn contingent het welcke dese kijnderen aen peterken leunis erven gelden j gl v st is sijn derde deel die ander twee deelen moeten betalen voer dese wijse otto huijmans en Marten schurkens. 

Den 31 Januarij 1627 ontfangen van lijseken peter leunis dochter op den pacht andree 1626 een halven rixdaeder is j gl--ix st. Item heeft de selve dach noch mij gegeven eenen halven rixdaelder waer voer sij van mij      noch een vat roggen hebben geijck haer naemmels van mij gelevert en affgemene is. 

Den 19 decemb 1627 ontf van lijseken vsg j gl--i½ st. waermede sij betaelt heeft den pacht gevallen anno 1627. 

Wilhem Schols gelt wegen heijncken Colen huijs ende hoff met Jan hamers j vat--½ cop roggen. Wilhem gelt hier van iij cop. soo alles betaelt biss 1624 incluijs. Rest de anno 1625 i½ gl--vii½ st. Daerop ontf den je Decemb 1626 van wilhem vsg i½ gl--viij st blijft ergo noch te cort aen pacht des iaers 1626 xi½ st het vat gerekent ad 2 gl--2 st. Item ontf van Wilhem vsg den 21 Decemb 1626 xi½st is alsoo te vollen betaelt p anno 1626. 

Den 15 Decemb 1627 ontf van Wilhem vsg drie cop roggen in granis daermede betalen sijn contingent p anno 1627.