Heemkunde Beek

Zoeken

Bezoekers online

We hebben 21 gasten en geen leden online

WEBSITE 2016

 

 

          WEBSITE 2016

Website 2015

BECHA

 

 

==========

 

 

Beek Toen en Nu

Beek Toen en Nu 2

     BEEK TOEN EN NU 2

Beek Uw Gemeente

Sigaren industrie

Marechaussee in Beek

 

 

           FR. Piek

Woonkernen

Bandkeramiek

St.Martinuskerk

Sint Hubertuskerk

Kasteel Genbroek

           Genbroek

+++++++++++

Oude Pastorie

 

                KLIK

Sjterfhoes

Herv. Pastorie

Vlag Mijnwerkersbond

 

 

Hubertus Molen

EyeWitness

SICOF

Gedonder in de Hemel

Leenhof Valkenburg

 

      LEENHOF VALKENBURG

Oude Pastorie

 

       Oude Pastorie

+++++++++++

Beheerder-Jan Jacobs

            E-mail

   Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Inlogformulier

C.H.H. Spronck

Charles Henri Hubert Spronck

 

Charles Henri Hubert Spronck (Beek, 18 februari 1858 - Zeist, 3 december 1932) was een Nederlands hoogleraar en seroloog

Opleiding

Spronck studeerde vanaf 1876 medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam en volgde lessen in Parijs bij Louis Pasteur; hij promoveerde op 1 oktober 1886 cum laude op een experimenteel onderzoek Over ischaemie van het ruggemerg.

Loopbaan

Spronck werd benoemd tot lector in de ontleedkunde, naast professor W. Koster; op 24 september 1888 werd hij benoemd tot hoogleraar in de ziektekunde en ziektekundige ontleedkunde en als directeur van het Pathologisch Instituut aangesteld. Zijn inaugurele rede ging over de onsterfelijkheid in de levende natuur. Spronck hield zich vooral bezig met de etiologie; hij deed bacteriologisch onderzoek naar cholera, lepra, bacillaire dysenterie, difterie, tetanus en tuberculose. Spronck was een der initiators van de serotherapie in Nederland. Vanaf 1895 werd in het Pathologsich Instituut het (door Emil Adolf von Behring en Paul Ehrlich ontwikkelde) anti-difterieserum geproduceerd en in 1914 maakte Spronck het eerste vaccin tegen hondsdolheid.

Spronck werd in 1903 benoemd tot lid van de afdeling natuurkunde van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen; hij hield in 1904 zijn rectorale rede Enkele tuberculose-vraagpunten in het licht van de pathologische anatomie. Verder werd hij de eerste voorzitter van het Nederlandsch Comité voor Kankeronderzoek. Nadat, in september 1918, het Rijk het Pathologisch Instituut overgenomen had nam Spronck ontslag als hoogleraar in de pathologische anatomie, werd directeur van het Rijks Serologisch Instituut en werd benoemd tot hoogleraar in de serologie aan de Universiteit van Utrecht; hij hield zijn inaugurele rede (in 1920) over De wetenschap der immuniteit en haar vruchten voor de profylaxis en therapie der infectieziekten. In 1923 ging hij met emeritaat.

Spronck was de eerste voorzitter van het Thijmgenootschap, een vereniging ter bevordering van de wetenschapsbeoefening onder katholieken. Deze functie bekleedde hij van 1904-1913. Bij de oprichting van het Thijmgenootschap in 1904 was hij de enige niet-bijzondere katholieke hoogleraar in Nederland.