HEEMKUNDE BEEK

Zoeken

NLDoet

IMG_3149.jpg

GASTENBOEK

 

     GASTENBOEK

gastenboek.jpg - 14,97 kB

GOLD AWARD

             GOLD AWARD

 Voor-3jaar.jpg - 244,20 kB 

        VOOR 3JAAR NR. 1

       

Bezoekers online

We hebben 23 gasten en geen leden online

WEBSITE 2016

 

 

          WEBSITE 2016

Afscheid Marietje

 

 Marietje.jpg - 94,97 kB

Afscheid Marietje

ANBI

 

anbi.png - 23,05 kB

Bokkenrijders

 

 Bokkenrijder-3.jpg - 30,67 kB

WEBSITE 2015

BECHA

 

 

Jo Hoen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     

     

     

         Jo Hoen †

     Oprichter en

       1e voorzitter

 

 

Beek Toen en Nu

Beek Toen en Nu 2

     BEEK TOEN EN NU 2

Beek Uw Gemeente

Sigaren industrie

Marechaussee in Beek

 

 

           FR. Piek

Woonkernen

Bandkeramiek

St.Martinuskerk

Sint Hubertuskerk

Kasteel Genbroek

           Genbroek

Oude Pastorie

 

                KLIK

Sjterfhoes

Herv. Pastorie

Vlag Mijnwerkersbond

 

 

Hubertus Molen

EyeWitness

SICOF

Gedonder in de Hemel

Leenhof Valkenburg

 

      LEENHOF VALKENBURG

Oude Pastorie

 

       Oude Pastorie

Beheerder-Jan Jacobs

            E-mail

   Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Inlogformulier

Heemkundemuseum2.jpg - 45,66 kB

WERKGROEPEN AAN HET WERK

 

 Gemeentehuis-zw.jpg - 41,55 kB

GEMEENTEHUIS 1887 - 1987

Beeker Bokkenrijders

HeaderBokkenrijders2.jpg - 69,48 kB

 

 

Den Scheelen Procureur uit Geverik, gevlucht, verbannen 1775 

Leonard Claessens wordt 'de Scheelen Procureur' genoemd; op 21 jan. 1730 gedoopt in Beek als zoon van Joannes en Anna Lonissen. Hij woont in Geverik en bezit enig land, dat bij de executieveiling ruim 600 gulden opbrengt.
Hij trouwt op 6 feb. 1763 in Beek met Elisabet Bours. Hij hertrouwt 35 jaar oud op 20 apr. 1765 in Beek met de 39-jarige Catharina Muitjens (Meutgens), gedoopt 4 juni 1725 in Merkelbeek als dochter van Stephanus en Anna Rameckers. Het paar wordt omschreven als " Leendert van Geverig getrouwt met de maegd uyt de molen van St. Jansgeleen genoemt Catrijn." Uit beide huwelijken geen kinderen.
Hij wordt genoemd in de verklaringen bij scherp examen van Dirk Hersseler* op 26 en 27 juli 1773, is daarna voortvluchtig. Bij verstek verbannen op 16 februari 1775 "ten euwigen daege uijt de drie Landen van Overmaaze partage van Haar Hoog Moogende, als meede uijt het district der Generaliteijt". Verder is van zijn lotgevallen niets bekend.
 

't Fijnwerk, mandenmaker in Beek, gefolterd, gestorven in gevangenis 1773 

Pieter Clermond wordt 'het Fijnwerk' genoemd naar de kwaliteit van zijn werk als mandenmaker, wordt 19 feb. 1723 gedoopt in Elsloo als zoon van Mathijs en Elisabeth Wanmaeckers. Van beroep 'tapper en Kurvemaker' en bezit drie bunder land, woont in Beek achter de kerk.
Hij trouwt 12 okt. 1750 in Beek Maria Catharina Peters, gedoopt 7 okt. 1722 in Beek als dochter van Petrus en Maria Odekircken. Uit dit huwelijk worden vier kinderen geboren tussen 1751 en 1761.
Onder meer in de scherpe verhoren van Dirk Hersseler* eind juli 1773 als een van de vele medeplichtige genoemd. Arrestatie medio sept. en dan confrontaties met Andries Stijnen* en Geerke Stijnen*. Het scherp examen 14 okt. wordt gestaakt op aanwijzing van de Landsdoctor om hem weer op krachten te laten komen. Tijdens het nieuw scherp examen op 21 okt. blijft hij ontkennen, raakt bewusteloos na langdurige zware foltering en weer laat de Landsdoctor stoppen. Pieter sterft 50 jaar oud op 13 nov. 1773 in de gevangenis van het Landshuis in Valkenburg.
Tegen het lijk wordt 15 nov. alsnog een vonnis uitgesproken en de volgende dag openbaar afgekondigd. Als motivering voor de veroordeling, bij gebrek aan bekentenissen, worden genoemd de beschuldigingen door gevangenen uit Beek, Elsloo en Geulle én het feit dat hij bekend heeft ooit veldvruchten gestolen te hebben. Die 16 nov. komt de schutterij van Beek zijn lijk afhalen en een van de schutten, Leonardus Pijls* wordt meteen als verdachte gearresteerd. Pieters lijk wordt per kar naar de Graetheide onder Beek gebracht en daar conform vonnis door de vilder onder de galg begraven.
Opmerking: Het grondbezit is niet openbaar geveild, vermoedelijk afkomstig van vrouwskant en aan die familie teruggegaan.
 

't Craenke, slotenmaker in Beek, galg 1774 

Peter Craenen, genoemd 'het Craenke', wordt 6 mei 1738 in Beek gedoopt als zoon van Joannes en Elisabeth Roox, woont in het dorp Beek aan de kant van Neerbeek, 'wonende 't tweede huys van den Gerichsbode', slotenmaker van beroep. Later is de opbrengst van in beslag genomen goederen nihil.
Hij trouwt 4 maart 1764 in Beek Petronella Sassen, die 28 okt. 1764 in Geleen overlijdt. Hij hertrouwt 12 okt.1766 in Beek met de twaalf jaar oudere Gertrudis Heijnen, geboren in Haasdal en gedoopt 21 okt. 1725 in Schimmert als dochter van Bartholomeus en Mechtildis Muijlkens. Uit beide huwelijken geen kinderen.
Een van de velen beticht door Dirk Hersseler*, arrestatie 16 nov. 1773, confrontatie met Gerard Muylkens*. Veroordeeld tot scherp examen bekent hij al bij de territie, de inleidende bangmakerij 21 jan. 1774, recollectie 24 jan. en tenslotte doodvonnis.
Peter sterft 36 jaar oud op 26 mei 1774 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Gertudis Heijnen overlijdt meer dan veertig jaar na de executie van haar man op 13 apr. 1816 in Schimmert, zij is 90 jaar oud geworden.
 

Mathijs Crutz wordt 10 okt.1721 gedoopt in Hulsberg als zoon van Ulricus en Helena Coenen. Zijn uiterlijk wordt beschreven als 'lang van gezicht, gaande wat voorover, recht haar', wolspinner van beroep, woont in Kruis op de grens tussen Beek en Schimmert. Waarschijnlijk tamelijk arm, want later is de opbrengst van de confiscaties nihil.
Hij trouwt op 23 nov. 1755 in Schimmert Cornelia Heijnen een dochter van Martinus en Anna Maria Roumans (volgens de aangifte van het overlijden). Uit dit huwelijk worden acht kinderen geboren tussen 1756 en 1772.
Genoemd door gevangenen als medeplichtig aan diefstallen, arrestatie begin okt. 1773 en opgesloten in het Landshuis in Valkenburg  Op 27 nov. onderworpen aan scherp examen, duim- en scheenschroeven en enkele stroppade, en 12 dec. opnieuw, maar hij blijft ontkennen De landsdoctor laat de foltering staken. Mathijs sterft, 52 jaar oud, op 25 dec. 1773 in de gevangenis van het Landshuis in Valkenburg. Hij wordt toch nog veroordeeld omdat "... uijt de acten blijckt dat denselven een meede lid geweest is van de godloose en talrijcke bende gaudieven, en pligtig staet aan verscheijde huijsbracken, sich niet tegenstaende bij het begin van de torture heeft trachten als hebbende wegens indispositen daar mede niets verders konnen voortgevaaren worden, sich met eene Halsterige loogeninge te behelpen, denwelcken nogthans niet anders als een godvergeeten booswigt kan worden Geconsidereert en aengemerckt." Zijn lijk wordt begraven onder de galg op de Graetheide onder Beek.
Cornelia Heijnen overlijdt 45 jaar na de dood van haar man op 21 okt. 1819 in Schimmert.
 

Den Hoesaer, brandewijnstoker in Beek, galg 1774 

Arnold (Erke) Erkens genoemd 'den Hoesaar' en woont in Beek in de Molenstraat  "t eerste huys op de regterhand als men van de plas komt". Hij is van beroep brandewijnstoker en en bezit vrij veel land, dat later ongeveer 1300 gulden opbrengt en zal dus ook 'geboerd' hebben. Zijn bijnaam wijst er wellicht op dat hij in zijn jonge jaren soldaat is geweest. Deze bijnaam is nodig omdat er ook een naamgenoot vervolgd is in dezelfde periode die in de nabijheid woont. Welke bedoelen de getuigen?
Hij trouwt 1 juli 1742 in Beek Joanna Huynen, gedoopt 15 juli 1717 in Schinnen als dochter van Hendrik Hoenen en Maria Diederen; een zuster van Peter Huynen*. Uit dit huwelijk worden acht kinderen geboren tussen 1743 en 1761.
Hij is al beschuldigd door Pieter Pieters* uit Geulle op 10 juli 1773 en door Dirk Hersseler* op 26 juli. Deze laatste geeft een gedetailleerde beschrijving van de overval bij Campo in het Nieuw Huys, waarbij zij beiden betrokken zouden zijn. Enkele maanden later is aangetoond dat deze overval nooit heeft plaats gevonden en alleen maar een verhaaltje was dat men rondvertelde.
Toch volgt arrestatie 24 nov. 1773 en 13 dec. is zijn inboedel al openbaar verkocht. Het verhoor onder foltering vindt plaats op 25 en 26 jan. en de dag daarna bij de recollectie zegt hij "alles uijt pijn en vreese van de torture hadde moeten bekennen", maar blijft bij zijn bekentenissen. De schepenen reageren op deze paradox door hem de dag daarna weer (scherp?) te verhoren en tenslotte volgt een doodvonnis. Erke sterft 8 febr. 1774 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Joanna Huynen overlijdt 15 april 1779 in Beek.
 

Roer an Daem, slotenmaker in Beek, gefolterd, galg 1773

Adam Goossens, genaamd 'Roer an Daem', wordt 5 jan. 1743 gedoopt in Beek als zoon van Theodorus en Anna Habets. Is slotenmaker, een beroep waar in die tijd weinig werk voor is, woont bij de holle weg aan de rand van het veld, heeft geen bezittingen die het gerecht in beslag kan nemen.

Hij trouwt 30 nov. 1765 in Beek Elisabeth Berkelers, gedoopt 9 aug. 1744 aldaar als dochter van Joannes en Agatha Spruijten. Uit dit huwelijk worden vier kinderen geboren tussen 1766 en 1774, waarvan het laatste postuum, na de dood van de vader.
Daem is 16 juli 1773 aangehouden en overgebracht naar het Landshuis in Valkenburg. Geconfronteerd op 21 sept. met Andries Stijnen* en Matthijs Smeets* uit Beek, die hem beschuldigd hebben. Aangezien hij niet bekent, wordt hij veroordeeld tot tot scherp examen en onder foltering bekent hij op 11 okt. wel meegedaan te hebben aan overvallen en ook het afleggen van de eed aan de duivel in de Sint Rosakapel bij Sittard. Tijdens dat verhoor noemt hij meer dan veertig personen als medeplichtigen, maar de volgende dag herroept hij de helft van die namen.  Het blijft voldoende voor het gerecht om hem ter dood te veroordelen.
Daem sterft 30 jaar oud op 26 nov. 1773 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Elisabeth Berkelers overlijdt 28 mei 1787 in Beek, pas 42 jaar oud.
Mordavid Jannekes Daem , boer in Beek, gefolterd, galg 1774

Adam Goossens, genoemd 'Mordavid' en 'Jannekes Daem', wordt 8 dec. 1723 gedoopt in Beek als zoon van Joannes en Elisabeth Snijders. Verdient de kost als landbouwer en woont aan het Wolfeinde onder Beek, zijn grondbezit brengt later bijna 400 gulden op.
Hij trouwt, 38 jaar oud, op 23 mei 1762 in Beek met Odilia Martens, gedoopt 24 dec. 1730 in Elsloo als dochter van Martinus en Maria Claessen. Uit dit huwelijk worden vier kinderen geboren tussen 1764 en 1772.
Daem wordt gearresteerd op 17 okt. 1773, drie maanden na zijn naamgenoot Adam Goossens bijgenaamd Roer an Daem* en in hoeverre verwarring tussen deze twee naamgenoten een rol heeft gespeeld, blijft een open vraag. Hij is evenals die naamgenoot geconfronteerd met Matthijs Smeets* uit Beek, deze Daem is op 23 nov. verhoord en daarna op19 jan. 1774 aan een verhoor onder foltering onderworpen. Hij bekent dan wel medeplichtig te zijn aan zes diefstallen, waaronder ook aan "den violenten diefstal en huijsbraeke gebeurt op seekere plaatse genaamt het nieuw huijs of wit huijs, agter Schimmert geleegen." Een maand later blijkt uit onderzoek van de schepenbank Nuth dat deze overval op Campo in het Nieuw Huis nooit gebeurd is, wij zouden tegenwoordig zeggen 'nepnieuws'. Maar de schepenbank van Nuth is het Hoog Gerecht van Valkenburg niet, want in het doodvonnis van 3 febr. 1774 wordt die overval gewoon genoemd als een van de argumenten.
Daem sterft vijftig jaar oud op 8 febr. 1774 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Odilia Martens overlijdt 32 jaar na de executie van haar man op 8 mei 1806 in Beek.
Opmerking: Daem bekent ook drie misdrijven die in Beek gepleegd zijn: diefstal van veldvruchten bij de weduwe Vreen aan de kerk, van enige tarwe bij landmeter Stijnen en een inbraak bij Geerke op den Winkel. Alleen van de tweede is - achteraf - een proces verbaal (corpus delicti) opgesteld.

Frans Haegmans, wolspinner in Beek, galg 1774 

Frans Haegmans wordt 14 novenber 1738 gedoopt in Beek als zoon van Petrus en Catharina Roobroex. Woont onder Beek aan de Adsteeg, is wolspinner van beroep, maar bezit ook land ter waarde van bijna 250 gulden, dat hij zelf bebouwt.
Hij trouwt 14 juni 1767 in Beek Helena Mathijs (Thijsen), gedoopt 29 jan. 1742 aldaar als dochter van Martinus en Helena Stijnen. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren tussen 1768 en 1773.
In sept. 1773 tijdens een pijnlijk verhoor door Matthijs Smeets* genoemd als complice van de bende, is Frans aangehouden op 24 nov. 1773 en opgesloten in het Landshuis in Valkenburg. Het dossier is niet volledig, van het scherp verhoor van 24 jan. 1774 is geen protocol bewaard gebleven. Hij zal wel bekend hebben, want een tweede foltering vindt het gerecht niet nodig  en ze veroordelen hem ter dood.
Frans sterft 35 jaar oud op 8 febr. 1774 aan de galg op de Graatheide onder Beek.
Helena overleeft haar man 35 jaar en overlijdt 6 mei 1809 in Spaans Neerbeek, gemeente Geleen.
 

Dirk Hersseler, vilder in Neerbeek, gefolterd, executie 1773 

Dirk (Theodorus) Hersseler is volgens eigen zeggen rond 1732 geboren in Kerpen in het graafschap Arenberg (in de Eifel), een broer van Nicolaas Hersseler* en een oom van Philip Hersseler*. Hij woont na zijn trouwen enige tijd in Schümm bij Gangelt, in de periode rond 1760 in Kleine Meers, Elsloo en vanaf ongeveer 1764 in Neerbeek onder Beek. Hij komt uit een familie van vilders en is zelf (dus) ook vilder.
Hij trouwt 26 nov. 1754 in Gangelt Catharina Schuts. Uit dit huwelijk worden zeven kinderen geboren tussen1756 en 1773, waarvan de laatste twee weken na zijn arrestatie.
In Heerlen woont zijn broer Nicolaas die begin mei 1773 wordt gearresteerd, en daar noemen andere gevangenen, zoals Matthijs van de Berg* Dirk als medeplichtige. Als 27 mei een verzoek tot arrestatie uitgaat is hij ondergedoken in de baronie Elsloo, maar daar wordt hij 3 juni gearresteerd en uitgeleverd aan het gerecht van Valkenburg. Eerste ondervraging 5 juni en vervolgens confrontatie met degenen die hem beschuldigen. Op 11 en 12 juni is hij scherp verhoord, althans er wordt volgens het verslag alleen met foltering gedreigd, en dan gaat Dirk uitvoerig bekennen en vele personen noemen. Vooral mensen uit Heerlen maar ook uit andere plaatsen, Beek, Kleine Meers, Retersbeek en Geulle en die laatste groep is nogal vaag beschreven. Bij de recollectie op 14 juni bevestigd hij dit alles en vraagt zelf om nog verder ondervraagd te worden op 1 juli. Maar toch krijgt het gerecht door verklaringen van andere gevangenen het vermoeden dat hij zaken verzwijgt en veroordeeld hem tot nader scherp examen. Dat vindt plaats op 26 en 27 juli en dan ontkent Dirk eerst nog aan andere zaken schuldig te zijn, waarna eerst de duimschroeven en dan de beide scheenschroeven worden opgezet. Dan bezwijkt hij, bekent overvallen en verkrachtingen, en beschuldigd ook vele personen uit Beek en ook enkele uit Geulle en Elsloo medeplichtig te zijn. In totaal noemt hij wel honderd bendeleden, die hij soms heel summier omschrijft, zoals "Joannes met de buld op de neus".
In deze stortvloed van bekentenissen verklaart hij "pligtigh te sijn aen den dieffstal geperpetreerd bij Campo achter Schimmert in het Nieuw Huys." Hij geeft een gedetailleerd verslag van deze actie en noemt veertien medeplichtigen. Als in dec. 1773 de schepenbank van Nuth, want daaronder valt dat Nieuwe Huys, op onderzoek gaat naar de feiten over deze overval, blijkt deze nooit gebeurd te zijn. Campo en zij Nieuw Huys zijn nooit overvallen, dat is een verhaal dat de ronde deed en kennelijk zonder enige controle door ten miste drie gerechten, Valkenburg, Geulle en Elsloo tot in doodvonnissen toe is vermeld.
Alle beschuldigingen en bekentenisen worden Dirk zodanig sterk aangerekend dat de rechtbank oordeelt dat niet volstaan kan worden met en 'gewoon' doodvonnis. Nee, hij moet geradbraakt worden, waarna de twee vingers van de rechterhand die hij opgestoken heeft om de eed aan de duivel te zweren afgehakt en tenslotte moet hij onthoofd, zodat zijn hoofd op een piek te pronk gesteld kan worden.
Dirk wordt 23 sept. 1773 terechtgesteld op de Graetheide onder Beek.
Catharina Schuts overlijdt 1 jan. 1785 in Beek.

 Peter Kerkhoffs, radmaker in Beek, gevlucht, verbannen 1775 

Peter Kerckhofs wordt 10 sept. 1713 gedoopt in Beek als zoon van Petrus en Anna Maria Houtem. Hij woont in Beek achter de kerk en is radmaker van beroep, is welgesteld en bezit meer dan drie bunder land, waarvan het merendeel door het huwelijk verworven is en dus eigenlijk eigendom van zijn vrouw en haar familie. Van de totale waarde van 3000 gulden valt maar 700 gulden onder de latere confiscatie.
Hij trouwt 12 okt. 1738 in Beek Maria Agatha Vreen, gedoopt aldaar op 25 aug. 1715 als dochter van Willem en Agnes Pullen. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren tussen 1739 en 1744. Maria Agatha overlijdt vier maanden na de laatste bevalling op 20 aug. 1744 in Beek, zij is 28 jaar geworden.
Peter hertrouwt op 29 okt. 1747 in Beek met Anna Mechtildis Didden, gedoopt aldaar op 1 april 1718 als dochter van Jacob en Anna Philips. Uit dit huwelijk worden vijf kinderen geboren tussen 1748 en 1760.
Peter is al genoemd als bendelid op 26 juli 1773 in een scherp verhoor van Dirk Hersseler*, maar hij is voortvluchtig en kan niet gegrepen worden. Hij verdwijnt helemaal uit beeld en is uiteindelijk bij verstek veroordeeld op 16 febr. 1775, hij wordt als 62-jarige voor eeuwig verbannen uit de Staatse Landen van Overmaas.
Ietwat komiek is dat Willem Opdenkamp* uit Mechelen aan de Maas die in maart 1775 veroordeeld is, wel iets gehoord had over Josef Kirchhofs* als kapitein, maar die de naam Kerckhofs kende uit Beek, zodat hij tot de warrrige beschrijveng komt van "den voorschreven Kerkhoff, reets tot Beek gehangen".
Anna Mechtildis Didden overlijdt 19 febr 1787 in Beek.
 

Hendrik Laven uit Beek, gevlucht, verbannen 1775 

Hendrik Laven wordt 3 jan. 1721 gedoopt in Schimmert als zoon van Mathijs en Elisabeth Habets. Hij woont 'op de Hoolstraet' in Beek en bezit door huwelijk enig land. "Vaste goederen van de Vrouwe kant afcoomende" zodat het gerecht later moet constateren "voor den Lande nil".
Hij trouwt 5 okt. 1749 in Schimmert Ida Wauben, gedoopt 28 apr. 1723 aldaar als dochter van Jacobus en Ida Haegmans. Uit dit huwelijk worden zeven kinderen geboren tussen 1750 en 1763.
Over Hendriks strafproces valt weinig te vertellen, hij is (onder meer?) door Matthijs Smeets* en Geerke Stijnen* uit Beek genoemd als bendelid. Als het gerecht hem wil arresteren is hij gevlucht en reageert niet op sommaties bij het gerecht te verschijnen. Op 16 febr. 1775 is hij bij verstek veroordeeld tot eeuwige verbanning 'op poene dat den beklaegden daerinne gevonden wordende en in handen van dese justitie gerakende, swaerder naer exigentie van saake te sullen werden gestraft.' Hij is nooit meer in Beek gesignaleerd.
Ida Wauben overlijdt 5 nov. 1781 in Beek.
 

Martin de Wael, veekoopman in Beek, galg 1773 

Martin LeGros (de Groot), genaamd Martin de Wael, is geboren in Arensgenhout en wordt 10 apr. 1715 gedoopt in Hulsberg als zoon van Joannes en Maria Reul. Woont sinds zijn huwelijk onder Beek aan het Wolfeinde, naast Andries Stijnen*, verdient de kost als dagloner en handelt af en toe in vee, zijn vrouw heeft wat onroerend goed ingebracht, maar rijk zijn ze niet.
Hij trouwt, 34 jaar oud, op 8 juni 1749 in Beek Sophia Debets, een dochter van Arnoldus en Elisabeth Stijnen (volgens de huwelijkinschrijving). Uit dit huwelijk worden twee kinderen geboren, in 1750 en 1751.
Het gerecht is aanvankelijk aarzelend ten aanzien van de beschuldigingen tegen Martin en wint juridisch advies in. Daarna is tot arrestatie besloten en op 7 aug. 1773 is hij opgepakt en opgesloten in Valkenburg in het Landshuis. Vervolgens verloopt het proces, voor die tijd, nogal snel, op 31 aug. scherp verhoor en daarna een doodvonnis.
Martin sterft, 58 jaar oud, op 23 sept. 1773 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Sophia Debets overlijdt 25 dec. 1776 in Beek.
 

Machiel Lemmens, veehandelaar in Beek, gefolterd, galg 1774 

Machiel Lemmens wordt (als Aegidius) 4 febr. 1731 gedoopt in Beek, zoon van Petrus en Elisabeth Swilden, een broer van Pieter Lemmens*. Hij wordt soms Gillis genoemd en beschreven als tamelijk groot en nogal gezet, een fors postuur, woont aan de zuidelijke kant van het dorp Beek en handelt in vee, hoewel Dirk Hersseler* hem ook als wever noemt. Hij bezit land en vee ter waarde van ongeveer 500 gulden
Hij trouwt 26 april 1765 in Beek Sibilla Smeets. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren tussen 1766 en 1772.
Machiel is al in juli 1773 in de pijnlijke verhoren van Dirk Hersseler genoemd als medeplichtige, maar wordt pas na 16 sept. aangehouden en opgesloten in Valkenburg. Door minstens vier gevangenen uit Beek is Machiel beticht medeplichtig te zijn aan de (nooit gepleegde) overval op Campo, die ook in de motivatie van het eindvonnis staat. In het Oude Dinghuis in Maastricht volgt een confrontatie met Jan Wanten* en Pieter Penders* uit Elsloo, maar Machiel blijft volhouden onschuldig te zijn. Om hem tot een bekentenis te dwingen is hij in Valkenburg op 28 okt. aan de foltering onderworpen en 18 nov. nog eens. Op grond van de bekentenissen die hij dan doet is hij ter dood veroordeeld.
Machiel sterft, 43 jaar oud, op 8 febr. 1774 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Opmerking: Op 22 dec. 1773 is zijn vee openbaar verkocht: een paard, twee koeien en een os brengen meer dan 100 gulden op, waarvan slechts 53 gulden op de afrekening van het gerecht van Valkenburg staan. Deze executieverkoop is ongebruikelijk laat in de procesorde, mogelijk heeft Sibilla Smeets zich tegen deze verkoop verzet.
 

Pieter Lemmens, boer uit Beek, gevlucht, verbannen 1775,
vonnis herroepen 1786
 

Pieter Lemmens wordt 8 okt. 1732 gedoopt in Beek als zoon van Petrus en Elisabet Swilden, een broer van Machiel Lemmens*. Hij woont in Beek en is veekoopman en boer met veel land, de verkoop van zijn land en de opbrengst daarvan bedraagt later 1600 gulden. Waarschijnlijk heeft zijn vrouw ook nog veel land ingebracht bij het huwelijk.
Hij trouwt, 37 jaar oud, op 12 mei 1770 in Beek met de 18 jaar oude Helena Penders, gedoopt 17 juli 1751 in Beek als dochter van Joannes en Maria Pisters. Uit dit huwelijk worden tussen 1771 en 1792 negen kinderen geboren.
Als het Hooggerecht van Valkenburg in 1773 zijn arrestatie beveelt, is Pieter gevlucht. Hij is ver de Oostenrijkse Nederlanden ingetrokken, naar de plaats Lebbeke bij Dendermonde en woont daar tot 1783. Bij verstek is hij 16 febr. 1775 veroordeeld tot verbanning uit de Staatse Landen en tot 'confiscatie van alle des beklaagdens goederen'.
Op 2 maart 1786 richt hij samen met de eveneens uit Beek verbannen Welter Penders* een verzoek aan de Staten-Generaal om het vonnis van verbanning te herroepen. Daar zijn bijgevoegd verklaringen van goed gedrag afgegeven door burgerlijke en geestelijke autoriteiten van Lebbeke. Het advies over dit verzoek van het Hooggerecht van Valkenburg is niet negatief en hij krijgt dan ook gratie en op 12 apr. wordt in Den Haag tot herroeping van het banvonnis besloten. Over het teruggeven van in beslag genomen goederen wordt niet gesproken.
Pieter overlijdt, 75 jaar oud en 33 jaar na de verbanning op 1 mei 1808 in Beek, Helena Penders op 6 okt. 1824 aldaar.
Opmerking: in het genoemde advies stelt het Hooggerecht van Valkenburg ' ... indien, op de denunciatiën en depositiën der geëxecuteerden, bij continuatie strict te werk was gegaen, de toenmaels bij nae daaglijksche executiën niet lichtelijk hadden opgehouden'. Het doel heiligt de middelen? Zie ook bij Welter Penders
 

Wegge Erke, dagloner in Beek, gefolterd, galg 1774 

Arnold (Erke) Mobers, genoemd 'Wegge Erke' of 'Erke achter de Kerck', wordt 18 maart 1723 gedoopt in Limbricht als zoon van Herman en Christina Welters. Hij woont in Beek in een klein huis achter de kerk, verdient de kost als dagloner en bebouwt wat land (mogelijk gepacht).
Hij trouwt op 9 nov. 1755 in Beek met Maria Haesen, gedoopt aldaar 9 juni 1723 als dochter van Egidius en Helena Henssen. Uit dit huwelijk worden tussen 1757 en 1764 vier kinderen geboren.
Erke is 24 nov. 1773 aangehouden, overgebracht naar Valkenburg en opgesloten in het Landshuis. Als hij tijdens de ondervraging niet bekent, wordt hij op 9 dec. geconfronteerd met Matthijs Smeets* die hem genoemd heeft als bendelid. Als ook nu geen bekentenis komt, wordt hij op 28 dec. aan een ondervraging met foltering onderworpen en daarna 31 dec. nog eens. Op 19 jan. 1774 bevestigt hij meegedaan te hebben aan een diefstal ook al kan hij niet zeggen of dat in Wijnandsrade was of ergens anders. Maar dan zijn de schepenen voldaan en spreken een doodvonnis uit.
Erke sterft vijftig jaar oud op 8 febr. 1774 aan de galg op de Graetheide bij Beek.
 

Kwartele Geerke, wolspinner uit Beek, gefolterd, gestorven in gevangenis 1773 

Gerard Muylkens genoemd 'Kwartele Geerke' wordt 31 juli 1734 gedoopt in Beek als zoon van Mathijs en Maria Hopparts. Woont in Beek in Molenstraat, verdient de kost als wolspinner en heeft een eigen huis en wat land. Die brengen later iets meer dan 100 gulden op en dat is niet veel.
Hij trouwt 23 nov. 1760 in Beek Catharina Elisabeth Martin, gedoopt aldaar op 28 nov. 1728 als dochter van Nicolaas en Elisabeth Creusen. Uit dit huwelijk worden tussen 1751 en 1772 vier kinderen geboren.
In sept. 1773 hebben Mathijs Smeets*, Andries* en Geerke Stijnen* tijdens een scherp verhoor verklaart dat Gerard 'onder hunnen bende gehoordt'. Hij is 17 nov. gearresteerd en gedetineerd in Valkenburg. Na veroordeling tot scherp examen wordt hij op 30 nov. volgens de regels bedreigt met foltering door het tonen van de martelinstrumenten en dan legt Gerard een bekentenis af. Onvoldoende voor de rechters en op 7 dec. wordt hij toch nog gefolterd, maar dat moet afgebroken worden vanwege zijn slechte lichamelijke toestand. Gerard sterft 39 jaar oud, op 20 dec. 1773 in de gevangenis van het Landshuis in Valkenburg en wordt de volgende dag begraven onder de galg op de Graetheide bij Beek.
Catharina Elisabeth Martin overlijdt ruim 27 jaar na de dood van haar man op 11 juni 1801 in Beek.
 

Abraham Nathan, slager in Beek, gefolterd, galg 1773 

Abraham Nathan is volgens eigen zeggen rond 1738 geboren in Gürzenich bij Düren (D). Hij woont sinds c. 1771 in Beek, handelt in paarden en is ook slachter, een paar van de weinige beroepen die in die tijd aan Joden zijn toegestaan in het Staatse Land van Overmaas. Hij kan Hebreeuws schrijven, althans minstens zijn eigen naam.
Hij trouwt met Joanna Claessens en uit dit huwelijk is een zoon bekend, in 1772 geboren.
Abraham wordt in juli 1773 genoemd als medeplichtige bij overvallen door Pieter Pieters* uit Geulle als 'Abraham de Jode van Beek'. Het betreft diefstallen gepleegd in de jaren 1762/3, maar ook die bij Campo in het Nieuw Huis, waarvan een half jaar later wordt aangetoond dat die nooit is gebeurd.
Van het strafrechtelijk dossier is weinig bewaard gebleven. Op 16 juli is Abraham gearresteerd en later geconfronteerd met Pieter Pieters, Servaes Luyten* en Pieter Keijzer*, allen uit Geulle. Na het inwinnen van juridisch advies komt er een vonnis tot scherp examen. Dit pijnlijk verhoor vindt op 28 aug. plaats en daarbij bekent hij en beschuldigt anderen. Uiteindelijk spreekt het gerecht een doodvonnis uit. Abraham sterft 23 sept. 1773 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Joanna Claessens overlijdt 55 jaar na de executie van haar man op 12 juni 1828 in Beek, volgens de aangifte 82 jaar oud.
 

Welter Penders, herbergier uit Beek, gevlucht, verbannen 1775,
vonnis herroepen 1786
 

Welter Penders wordt 29 april 1720 gedoopt in Beek als zoon van Leonard en Margaretha Willen. Hij wordt beschreven als "zes voet lang, rond van aangezicht, blauwe ogen, korte neus, groot van mond, zwart haar en schuine wenkbrauwen," woont in Beek op de Plats, is een rijke man. Herbergier, brouwer en landbouwer met veel land. Bij de veiling van zijn goederen brengt dat vastgoed 1200 gulden op en waarschijnlijk heeft zijn vrouw ook veel land in het huwelijk ingebracht.
Hij trouwt 15 okt. 1749 in Beek Margaretha Queis, gedoopt 4 aug. 1726 in Schimmert als dochter van Michael en Helena Wauben. Uit dit huwelijk worden negen kinderen geboren tussen 1750 en 1768.
Welter is gevlucht als het gerecht hem zoekt en hij is ver de Zuidelijke Nederlanden ingetrokken, naar de naar de stad Aalst en werkt daar in dienst van een brouwer. Bij verstek is hij 16 februari 1775 veroordeeld tot verbanning uit de Staatse Landen en zijn goederen zijn verbeurd verklaard.
Op 2 maart 1786 richt hij, evenals de uit Beek verbannen Pieter Lemmens een verzoek aan de Staten-Generaal om het vonnis van verbanning te herroepen. Daar is bijgevoegd een verklaring van goed gedrag afgegeven door burgemeesters en schepenen van de stad Aalst. Het advies over dit verzoek van het Hooggerecht van Valkenburg is niet negatief en hij krijgt dan ook gratie en op 12 apr. wordt in Den Haag tot herroeping van het banvonnis besloten. Over het teruggeven van in beslag genomen goederen wordt niet gesproken.
Margaretha Queis overlijdt 22 nov. 1779 in Beek, 53 jaar oud.
Welter overlijdt 83 jaar oud op 4 maart 1804 in Beek.
Opmerking: in het genoemde advies besteedt het Hooggerecht van Valkenburg de meeste woorden aan een verdediging van het gevoerde beleid. Of de twee verzoekers onschuldig zijn, tja dat kunnen ze niet weten, die zijn immers gevlucht. Zie ook bij Pieter Lemmens.
 

Joannes Pijls, voerman uit Beek, gevlucht, afloop proces onbekend 

Joannes Pijls wordt 5 maart 1725 gedoopt in Beek als zoon van Casparus en Maria Lemmens, een oudere broer van Leonard Pijls*. Hij woont in Beek, bezit geen onroerend goed en verdient de kost als voerman.
Hij trouwt 19 jaar oud op 25 okt. 1744 in Beek Elisabeth Jansen, gedoopt in Geleen op 1 maart 1723 als dochter van Areth en Pietgen Ramakers. Uit dit huwelijk worden van 1745 tot 1763 tien kinderen geboren.
In sept. 1773 wordt Joannes samen met zijn broer genoemd als complicen bij overvallen door Matthijs Smeets* en Geerke Stijnen*, maar dit leidt vooreerst niet tot acties van het gerecht. Na de arrestatie en de dood van die broer Leonard in nov. 1773, ziet Joannes de bui kennelijk al hangen en als de schepen hem op 15 dec. willen laten oppakken, is hij gevlucht. Een week later laat het gerecht zijn huisraad al veilen en dat brengt bijna niks op. Joannes is naar het Oostenrijkse deel van het Land van Valkenburg gegaan, het Staatse gerecht komt dat te weten en vraagt om zijn uitlevering. Joannes is 4 juli 1774 weliswaar aangehouden en opgesloten op kasteel Amstenrade, maar de plaatselijke autoriteiten weigeren hem uit te leveren dat zou immers 'teegens hunne Lands privilegiën' zijn. Zij stellen hun overheid in Brussel op de hoogte en die van de Staatse kant de Staten-Generaal in Den Haag. Maar hoe dat is afgelopen is weten we niet, er zijn verder geen stukken hierover meer te vinden.
Elisabeth Jansen overlijdt 10 dec. 1799 in Beek ruim 26 jaar na de vlucht van haar man.
 

Leonardus Pijls, kuiper uit Beek, gefolterd, gestorven in gevangenis 1773 

Leonard Pijls genaamd 'Cupers' wordt 7 dec. 1735 gedoopt in Beek als zoon van Casparus en Maria Lemmens; een oudere broer van Joannes Pijls*. Hij woont in Beek, is lid van de schutterij, van beroep kuiper en bezit enig land, waarschijnlijk door de vrouw ingebracht in het huwelijk.
Hij trouwt 27 mei 1759 in Beek Maria Catharina Slangen, gedoopt aldaar op 1 mei 1740 als dochter van Arnold en Ida Kerckhofs, haar moeder is een zuster van Peter Kerckhofs*]. Uit dit huwelijk worden van 1759 tot 1772 zes kinderen geboren.
Leonardus is door Dirk Hersseler* op 26 en 27 juli 1773 tijdens zijn scherpe verhoringen genoemd als bendelid: 'Leonard in de wandeling genaemdt Cupers Leonardus wonende onder Melser'. Hij zou onder meer medeplichtig zijn aan de diefstal 'bij Campo achter Schimmert in het Nieuw Huys', waarvan aan het eind van dat jaar is vastgesteld, dat die inbraak helemaal nooit is gebeurd.
Maar toch, als de schutterij van Beek vierentwintig man sterk op 14 nov. naar Valkenburg trekt om het lijk van de in de gevangenis gestorven Pieter Clermond* af te halen, is Leonard daar gearresteerd en in het cachot opgesloten. Hij ontkent, ook als 14 nov. hij wordt geconfronteerd met Mathijs Smeets* die zegt dat hij schuldig is. Dan volgt 19 en 20 nov. onvermijdelijk het verhoor onder foltering om die gewenste bekentenis te verkrijgen. Het gerecht gaat heel ver, hij wordt in de stroppade gehangen met een fors gewicht, dertig pond aan zijn voeten. Na bijna twee uur laat de landsdokter de tortuur beëindigen. Maar Leonard sterft, 37 jaar oud op 28 nov. 1773 in de gevangenis van het Landshuis in Valkenburg en wordt de volgende dag begraven onder de galg op de Graetheide onder Beek.
Maria Catharina Slangen hertrouwt 43 jaar oud op 4 aug. 1783 in Beek met Arnold Slootmakers. Zij overlijdt bijna dertig jaar na de dood van haar eerste man op 31 dec. 1802 in Beek.
 

Den Pijl uit Genhout, vrijgelaten 1778 

Pieter Pijls genaamd 'de Pijl' wordt 21 mei 1719 in Beek gedoopt als zoon van Lambert en Petronella Haegmans, een broer van Elisabeth Pijls getrouwd met Peter Huynen*. Hij woont in Genhout onder Beek, maar verder is weinig bekend van kostwinning of bezit.
Hij trouwt met Elisabeth (Lysbeth) Coumans en er worden geen kinderen geboren uit dit huwelijk.
Pieter is in het jaar 1776 gearresteerd, heel laat in de reeks processen. Waarschijnlijk is dat zijn redding, want de druk van buitenaf op de gerechten om te stoppen met de executies is groot geworden. Schepenen stellen 17 apr. 1777 vragen voor het verhoor vast, maar dat verhoor vindt om onbekende redenen nog niet plaats. Op 19 dec. 1777 is er een nader, kennelijk aanvullend, juridisch advies van advocaten en op 9 jan. 1778 besluit het Hooggerecht van Valkenburg dat Pieter ondervraagd mag worden. Het eind van het proces is het vonnis van 4 juni en daarbij wordt hij ontslagen uit detentie. Tja, onder waarschuwing dat hij zich moet melden zodra dit gevraagd wordt en met veroordeling in de kosten, maar het gerecht wil in geen geval het woord 'onschuldig' gebruiken.
Pieter overlijdt 59 jaar oud, op 5 febr. 1779 in Beek en Elisabeth Coumans overlijdt daar 8 nov. 1794.
 

Vreeke Pisters, slotenmaker uit Beek, galg 1773 

Frederik Pisters genoemd 'Vreeke' wordt 5 maart 1733 gedoopt in Beek als zoon van Joannes en Maria Thijssen. Woont in Beek, is slotenmaker van beroep en bezit wat land.
Hij trouwt op 36-jarige leeftijd 18 mei 1769 in Beek de twaalf jaar jongere Joanna Vrusch, gedoopt 20 juli 1740 in Beek als dochter van Paul en Maria Ramakers. Zij is een zuster van Joannes Vrusch*, van Margaretha Vreusch getrouwd met Bastiaen Boosten* en van Christiaan Vrusch*. Zij is via haar moeder een nicht van Christiaan Rameckers*. Uit het huwelijk van Frederik en Joanna worden van 1769 tot 1772 drie kinderen geboren, de jongste twee maanden voor de dood van de vader.
Pieter Pieters* uit Geulle moet 9 en 11 juli de foltering ondergaan en noemt ook mannen uit Beek als leden van de bende. Op 16 juli 1773 worden vijf mannen uit Beek gearresteerd, waaronder Frederik en zijn zwager Joannes Vrusch, zij worden naar Valkenburg gebracht en opgesloten in het Landshuis. Frederik wordt op 12 okt. aan een scherper verhoor onderworpen en
nadat hem zo een bekentenis is afgeperst, is hij ter dood veroordeeld. Frederik sterft 40 jaar oud op 26 nov. 1773 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
 

Anton Rasch, boer in Oensel, galg 1773 

Anton Rasch is volgens eigen zeggen rond 1713 in Maastricht geboren. In de akten wordt hij aangeduid als 'den Rasch', woont in Oensel onder Beek, is boer en werkt ook als dagloner. Dat laatste verbaast nogal omdat hij flink wat land bezit dat bij de confiscatie ruim 2200 gulden opbrengt.
Hij trouwt 16 juli 1741 in Beek Joanna Akkermans, gedoopt aldaar op 22 juli 1714 als dochter van Blasius en Maria Haenen. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend.
Anton wordt in juli 1773 door Lins Schouteten* genoemd als medeplichtige bij de overval op Schröders 'aan de hand' en die noemt hem daarbij een wolspinner. Het gerecht wint juridisch advies in bij J.C.S. de Limpens en dat is op 7 aug. gegeven. Vervolgens is Anton 19 aug. aangehouden, overgebracht naar Valkenburg en opgesloten in het Landshuis. Hij is 60 jaar oud, voor die tijd een oude man, maar wordt zeer hard aangepakt, moet 2, 3 en 7 sept. de foltering ondergaan. Hij bekent onder dit geweld veel, beschuldigt velen en tenslotte is hij ter dood veroordeeld.
Anton sterft 23 sept. 1773 aan de galg op de Graetheide onder Beek. Pas ruim na zijn dood komen er uitspraken dat hij een van de leiders geweest zou zijn.
Joanna Ackermans overleeft haar man bijna 25 jaar en overlijdt op 3 febr. 1798 in Beek, zij is dan 83 jaar oud.
 

Den Majeur, wolspinner uit Beek, gefolterd, gestorven in gevangenis 1775 

Joannes Severijns, genaamd 'den Majeur', wordt 15 febr. 1716 gedoopt in Beek als zoon van Joannes en Catharina Kerckhofs. Hij woont in Beek aan de Molenstraat, buurman van Welter Penders*, verdient de kost als daloner en wolspinner en bezit ook enig land. In zijn jonge jaren soldaat geweest, maar het is niet duidelijk of zijn bijnaam daarmee te maken heeft.
Hij trouwt 16 febr. 1744 in Beek Maria Mevissen, gedoopt 12 jan. 1719 in Limbricht, dochter van Arnold en Gertrudis Hoetmakers. Uit dit huwelijk worden van 1744 tot 1763 acht kinderen geboren.
Joannes wordt op 26 juli 1773 genoemd als bendelid door Dirk Hersseler* en Mathijs Smeets* verklaart 17 sept. zelfs 'dat den majeur den oppersten is geweest van hunne bende'.
Maar als het gerecht hem wil arresteren is hij gevlucht en reageert niet op oproepen zich te komen verdedigen. Bij verstek wordt hij op 16 febr. 1775 veroordeeld tot eeuwige verbanning uit de Staatse Landen, maar hij kan een paar maanden later, op 23 mei toch gegrepen worden. Snel daarna volgt 27 mei de scherpe examinatie en na de pijniging bekent hij tientallen overvallen en noemt meer dan honderd namen van medeplichtigen. Om zijn wonden te verbinden en verzorgen komt de chirurgijn langs in de gevangenis, negen dagen twee maal daags. Hij blijft nog maanden opgesloten zonder dat een vonnis wordt geveld.
Joannes sterft 59 jaar oud in de gevangenis van het Landshuis in Valkenburg en op 21 okt. 1775 wordt zijn lijk aan de galg gehangen op de Lommelenberg.
Maria Mevissen overlijdt 13 febr. 1794 in Beek.
 

Kromme Thijs, wolspinner in Beek, gefolterd, galg 1774 

Mathijs Smeets genoemd 'Kromme Thijs' wordt 6 febr. 1727 gedoopt in Beek als zoon van Theodorus en Aleid van Glabbeeck. Hij woont aan het Wolfeinde in Beek en is van beroep wolspinner en heeft wat land, een koe en een varken.
Hij trouwt 12 oktober 1755 in Beek de elf jaar oudere Gertrudis Biesmans. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Thijs is gearresteerd in sept. 1773 en wordt geconfronteerd met Dirk Hersseler* en Andries Stijnen*, die hem beschuldigd hebben. Geen bekentenis, dus veroordeeld tot verhoor onder foltering en dat wordt 16 sept. afgenomen. En de verklaringen die Thijs dan aflegt zijn een extreme demonstratie van wat een mens in een delirium van angst en pijn allemaal kan raaskallen. 'Dat sij als doen gegaen sijn tot eenen kruijsweg buijten Sittard, dat de Majeur (Joannes Severijns*) als doen een seker geroep maekte. Op welk roepen een seker lankwerpig machien aen quam. Kunnende hij Gedetineerde niet seggen, nadien te seer verbaest is geweest, hoe het uijtgesien heeft. (Soo het hem nogtans voorstaet, was het swart en niet hoger dan een paer voeten van de grondt) Nae aenkomst van welk machiene of Geijtebok den Majeur als doen tot hunne complicen, sterk twee en veertig persoonen, alle hier voor opgenoemt, segde: Kom jongens laeten wij hier op gaen sitten. Dat sij alle doen tegelijk daerop sijn gaen sitten, Leonardus Pijls*] als voerman, dewelke 'tselve ook gemendt heeft en de Majeur en Welter Penders* aen't Hoofdt. Dat se doens in een ogenblik tijdt sijn geweest ontrent vier uuren voor Venlo achter Ruurmond, alwaer sij den diefstal hier voren gedetailleerdt begaen hebben en na begaene diefstal ook op de selfde maniere des morgens vroegtijdig wederom t'huijs sijn gekomen.' De volgende dag herroept hij dit verhaal, maar blijft bij de andere bekentenissen en beschuldigingen. Thijs blijft nog langer in de gevangenis, maar zijn in beslag genomen vee wordt op 22 dec. 1773 alvast verkocht. En uiteindelijk is hij ter dood veroordeeld. Thijs sterft 8 febr. 1774 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Gertrudis Biesmans overlijdt 26 nov. 1781 in Beek.
Opmerking: Mathijs noemt een hele reeks overvallen die verder niet bekend zijn: 'bij de weduwe Robroks op de Laek aen dese seijde Maseijk', bij Bourdtscheijd', 'in een herberg ... aen dese kandt Cornelis Munster' en 'bij eenen seekeren Hoffman tot Weerdt achter Sittard gelegen'. Tja en ook 'Aen't Nieuw Huijs bij Campo achter Schimmert', de overval die nooit gebeurt is.
 

Putjan, wolspinner in Neerbeek, gefolterd, galg 1774 

Joannes Smeets genaamd 'Elser Jan' of 'Putjan' zou uit Elsloo afkomstig zijn en woont sinds 1744 in Neerbeek onder Beek. Hij is dagloner (wolspinner?) en heeft wat vee.
Hij trouwt 13 okt. 1754 in Beek de 36-jarige Elisabeth Boesten, gedoopt aldaar 3 nov. 1717 als dochter van Arnold Boesten en Christina Paes. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren van 1755 tot 1759.
Jan wordt 27 juli 1773 op de vierde dag van het pijnlijk verhoor van Dirk Hersseler* genoemd als medeplichtige aan een aantal overvallen. Daaronder ook 'bij Campo achter Schimmert in het Nieuw Huys' en in dec. van dat jaar 1773 blijkt bij onderzoek door de schepenen van Nuth, dat deze overval nooit heeft plaats gevonden. Geerke Stijnen* noemt 21 sept. 'Jan Smeets in Neerbeek getrouwt met Liesbet Erkens'. Veel later, op 10 mei 1774 is Jan gearresteerd en opgesloten in het cachot van het Landshuis in Valkenburg. Het proces verloopt in een verbazingwekkend tempo, op 17 mei volgt het verhoor onder foltering en dan volgt een doodvonnis. Jan sterft 26 mei 1774 aan de galg op de Graetheide onder Beek.>
Elisabeth Boesten overlijdt 14 sept. 1790 in Beek.
 

Andries Steijnen, wolsppinner in Beek, galg 1773 

Andries Stijnen wordt 10 nov. 1731 gedoopt in Beek als zoon van Andries en Dina Winckens, een jongere broer van Gerard Stijnen*. Woont in Beek aan het Wolfeinde naast Martin Legros [=318], verdient de kost als wolspinner en bezit een huisje.
Hij trouwt 3 febr. 1760 in Beek met Maria Sibilla Baltus, waarschijnlijk 14 maart 1737 gedoopt in Rekem, als dochter van Lambertus en Helena Roumans. Uit dit huwelijk worden van 1760 tot 1772 zeven kinderen geboren, waarvan de jongste een jaar voor de dood van de vader.
Andries is 7 aug. 1773 gearresteerd, opgesloten in Valkenburg en wordt geconfronteerd met Abraham Nathan* en Geerke Stijnen*, die zijn naam genoemd hebben als medeplichtige. Hij bekent als hij hoort tot scherper examen veroordeeld te zijn en zegt bij een zevental overvallen betrokken te zijn geweest. Hij noemt tientallen mannen uit Beek, Geleen, Elsloo en Geulle als medeplichtigen en dit verhoor vormt zo een belangrijke schakel in de verdere vervolging.
Andries wordt ter dood veroordeeld en sterft 42 jaar oud op 26 nov. 1773 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Maria Sibilla Baltus overlijdt bijna dertig jaar na de terechtstelling van haar man op 29 maart 1805 in Beek.
Opmerking: In het vonnis zijn zes overvallen opgesomd, en tenminste één heeft nooit plaats gevonden, die op Campo. Twee andere, die in Houtem bij Susteren (Holtum) en die in Heugen bij Millen zijn twijfelachtig, naar men aanneemt is er bij beide sprake van verwarring met de inbraak in de pastorie van Höngen bij Alsdorf. Hoewel, na heel lang zoeken is er één getuige gevonden dat er rond 1760 een inbraak heeft plaats gevonden in Hoengen bij Millen. Houtem bij Susteren verdwijnt na 1773 uit de bekentenissen, maar Heugen bij Millen is nog vele malen genoemd.
 

Geerken Steijnen, kleermaker in Neerbeek, gefolterd, galg 1773 

Gerrit of Gerard Stijnen genaamd 'Geerken' wordt 24 aug. 1737 gedoopt in Beek als zoon van Joannes en Elisabeth Bemelmans, een broer van Mathijs Stijnen*. Woont in Neerbeek onder Beek, heeft weinig bezit en is kleermaker van beroep. Werkt bij de klanten thuis, zo vertelt hij dat hij bij Willem Erkens*thuis aan het snijderen was, toen deze hem uitnodigde om mee te gaan bij een nachtelijke rooftocht. Verder houdt hij wel van een glaasje, vermeld het drinken diverse malen. Wordt vaak verward met zijn naamgenoot Gerard*.
Hij trouwt 14 jan. 1765 in Beek Ida Erkens, gedoopt aldaar 5 aug. 1742 als dochter van Petrus en Maria Wijnen. Uit dit huwelijk worden van 1765 tot 1773 vier kinderen geboren, waarvan de jongste zes weken voor de dood van de vader.
Geerke is 16 juli 1773 gearresteerd, overgebracht naar het cachot in Valkenburg en 16 sept. verhoord. Geconfronteerd met naamgenoot Gerard, met Andries Stijnen* en met Matthijs Smeets*, blijft hij ontkennen. Om hem te doen bekennen is hij 21 sept. scherp ondervraagt en na toepassing van duim- en scheenschroeven heeft hij verklaart vanaf zijn 19e jaar meegedaan te hebben bij diefstallen van de bende. Hij noemt meer dan twintig mannen uit Beek en Neerbeek als complices. Pas nadat hij vijftien namen heeft genoemd en op belofte nog meer namen te gaan noemen is de scheenschroef losgelaten.
Geerke sterft 36 jaar oud op 21 sept. 1773 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Ida Erkens overlijdt 23 april 1779 in Beek nog steeds maar 36 jaar oud.
 

Gerard Steijnen, wolspinner in Beek, galg 1773 

Gerard Stijnen, roepnaam Gerrit wordt 25 juni 1717 gedoopt in Beek als zoon van Andries en Dina Winckens, een oudere broer van Andries Stijnen*. Woont evenals zijn broer in Beek aan het Wolfeinde en is van beroep wolspinner, bezit ook wat land. Verwarring met zijn naamgenoot[=555] komt vaker voor.
Hij trouwt 7 okt. 1746 in Beek met Helena Erkens, gedoopt 27 sept. 1720 als buitenechtelijk kind van Stephanus en Maria Franssen. Uit dit huwelijk worden tussen 1747 en 1759 zes kinderen geboren.
Gerard is 7 aug. 1773 aangehouden na positief juridisch advies van advocaat J.C.S. de Limpens, dat de tegen hem afgelegde belastende verklaringen voldoende zijn. Opgesloten in het Landshuis in Valkenburg, waar hij verhoord is en beschuldigd in confrontatie door Geerke Stijnen*. Gerrit wordt ter dood veroordeeld en sterft 56 jaar oud op 23 sept. 1773 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Helena Erkens overleeft haar man 37 jaar en overlijdt 23 jan. 1811 in Beek, zij is 90 jaar oud geworden.
 

Joannes Steijnen, slotenmaker uit Beek, galg 1774

 

Joannes Stijnen wordt 28 aug. 1739 gedoopt in Beek als zoon van Hendrik en Petronella Pullen. Zijn broer Franciscus wordt ook wel genoemd als complice van de bende, 'Francus Steijnen een Rameker, de naeste buurman van den Landmeeter Steijnen van achteren'. Joannes woont aan de noordkant van Beek, richting Neerbeek, van beroep slotenmaker en bebouwt wat land, in zijne jonge jaren soldaat in Staatse dienst.
Hij trouwt 9 nov. 1760 als 'miles hollandicus' (Hollandse soldaat) in Beek met Catharina Ronge, gedoopt 17 nov. 1733 in Beek als dochter van Cornelius en Margaretha Janssen. Uit dit huwelijk worden van 1760 tot 1774 zes kinderen geboren, waarvan het jongste drie dagen voor de dood van de vader wordt gedoopt.
De naam van Joannes is (onder meer?) door Geerke Stijnen* genoemd als 'complice van het complot'. hij  is 26 nov. 1773 aangehouden en overgebracht naar het Landshuis in Valkenburg, waar hij 21 jan. 1774 is verhoord onder foltering. Daarbij bekent hij onder andere twee diefstallen van veldvruchten in Beek, bij de weduwe Vreen en bij bovengenoemde landmeter. Uiteraard is gevraagd om 'gesellen te denuncieeren' en hij noemt bijvoorbeeld Bastiaan Boosten*. Het proces eindigt in een doodvonnis. Joannes sterft 34 jaar oud op 26 mei 1774 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Catharina Ronge overlijdt 3 mei 1788 in Beek.
 

Scheeren Thijs, kleermaker in Neerbeek, gevlucht, verbannen 1776 

Matthijs Stijnen genoemd 'Scheeren Thijs' wordt 12 september 1734 gedoopt in Beek als zoon van Joannes en Elisabeth Bemelmans, een broer van Geerke Stijnen*. Woont in Neerbeek naast de grote pachtboerderij Aldenhof en is kleermaker van beroep. Dirk Hersseler beschrijft hem als :"Scheeren Tijs een Snijder, maer houdt meer van Jaegen, wonende te Neerbeek tappende Brandewijn. Hebbende sijne vrouwe moeder de Veltbode voor man gehadt." Hij heeft wat geld uitgeleend en het is niet duidelijk of hij eigenaar is van onroerend goed.
Hij trouwt 27 mei 1759 in Beek Maria Coenen en volgens de trouwinschrijving komt zij uit Beek. Uit dit huwelijk worden van 1760 tot 1770 vijf kinderen geboren.
Matthijs is op 26 juli 1773 genoemd als bendelid door Dirk Hersseler* tijdens een scherper verhoor. En vervolgens ook door Joannes Vrusch* op 28 juli, door Joannes Penders* op 9 mei 1774 en door Jan Smeets* uit Neerbeek op 10 mei, telkens onder foltering. Op 4 juli daarna vaardigen de schepenen van het hooggerecht in Valkenburg een decreet van apprehensie ten laste van Matthijs uit, maar die is gevlucht en blijft buiten bereik. Hij reageert niet op dagvaardingen om te verschijnen voor het gerecht in Valkenburg 'Om alsdan te antwoorden op ... interrogatien ..' Matthijs is op 5 sept. 1775 bij verstek voor eeuwig verbannen uit de landen van de Generaliteit.
 

De Coets, brandewijnstoker uit Genhout, gefolterd, galg 1774 

Joannes Thijssen wordt genoemd 'de Coets' of 't Ceutske' wordt 2 april 1736 gedoopt in Beek als zoon van Petrus en Catharina Erkens. Hij woont in Genhout onder Beek, verdient de kost als brandewijnstoker en wolspinner, en heeft ook land in bezit.
Hij trouwt 31 jaar oud op 24 januari 1768 in Beek met de 34-jarige Sophia Stijnen, gedoopt 11 maart 1733 in Beek als dochter van Mathijs en Margaretha Claessens. Uit dit huwelijk worden tussen 1768 en 1770 drie dochters geboren.
Joannes is 16 sept. 1773 gearresteerd en opgesloten in het Landshuis van Valkenburg. Op 29 en 30 dec. is hij onderworpen aan foltering tijdens verhoren en daarbij bekent hij. Later is hij van nog meer zaken beschuldigd en na maanden pauze volgen op 3 en 9 mei 1774 weer twee dagen van scherp examen. Kort daarna is hij ter dood veroordeeld. Op 26 mei 1774 sterft Joannes 38 jaar oud aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Sophia Stijnen overlijdt bijna veertig jaar na de executie van haar man op 23 jan. 1813 in Beek; zij is 79 jaar oud geworden.
 

Leonard Vreen, boer uit Beek, gevlucht, verbannen 1775 

Leonard Vreen wordt 24 maart 1729 gedoopt in Beek als zoon van Melchior en Cornelia Odekircken. Zijn broer Wilhelmus Vreen (of Vrëen) is pastoor in Houthem. Zelf woont hij in Beek aan het Wolfeinde 'op een hofke van de Molenaer van Sint Jansgeleen', is een rijke boer en bezit twintig percelen land met een waarde van 6400 gulden. Hij is ongetrouwd gebleven.
In sept. 1773 noemt Mathijs Smeets* hem als medeplichtige van een dievenbende, zelfs als aanvoerder bij een overval. Dat heeft waarschijnlijk het proces tegen Leonard in gang is gezet en is tevens het moment dat hij gevlucht is.
Leonard is naar eigen zeggen gevlucht op aandringen van vrienden na valse beschuldigingen en is 16 febr. 1775 bij verstek voor eeuwig verbannen. Zijn broer, de pastoor koopt het land van het gerecht voordat het geveild wordt. Verwanten deden dat vaker om het familiebezit te redden en moesten daarvoor gewoonlijk geld lenen en het land met hypotheek bezwaren.
Vanaf een onbekend toevluchtsoord vraagt Leonard in 1786 om herroeping van het vonnis en de Staten-Generaal vragen 26 mei advies aan Pélerin de Luitenant-Voogd van Valkenburg. En 10 juli van dat jaar krijgt hij 'remissie en rappel van verbanning'.
 

Christiaen Vrusch, slotenmaker in Beek, gevlucht, verbannen 1775 

Christiaan Vrusch wordt 2 febr. 1738 gedoopt in Klimmen als zoon van Paulus en Maria Ramakers. Een broer van Joannes Vrusch*, van Margaretha Vrusch getrouwd met Bastiaan Boosten* en van Joanna Vrusch getrouwd met Vreeke Pisters*. Zijn moeder is een halfzuster van Christiaen Rameckers*. Van beroep slotenmaker en wonend binnen het dorp Beek aan de Platz, heeft weinig bezit.
Hij trouwt 1 mei 1767 in Beek Maria Sibilla Haegmans, gedoopt aldaar op 10 febr. 1740 als dochter van Joannes en Anna Wouters. Uit dit huwelijk worden in 1768 en 1770 twee zoons geboren. Maria Sibilla Haegmams overlijdt vier maanden na de laatste bevalling op 14 sept. 1770 in Beek, pas dertig jaar oud.
Christiaan is beschuldigd tijdens de scherpe verhoren 28 aug. 1773 door Abraham Nathan*, 3 en 9 sept. door Anton Rasch*, 17 sept. van Mathijs Smeets* en daarna nog meer. Het is niet bekend op welk moment hij gevlucht is en na de executie van een broer, een zwager en een oom was het niet evident zichzelf bij het gerecht te melden. Hij is bij verstek eeuwig verbannen uit de Landen van de Generaliteit op 16 febr. 1775. Op enig moment is hij echter teruggekeerd in Beek. Christiaan overlijdt 65 jaar oud op 27 okt. 1803 in Beek.

Joannes Vrusch, slotenmaker in Beek, galg 1773 

Joannes Vrusch wordt 15 jan. 1730 gedoopt in Klimmen als zoon van Paulus en Maria Ramakers. Hij is een broer van Christiaan Vrusch*, van Margaretha Vrusch getrouwd met Bastiaan Boosten* en van Joanna Vrusch getrouwd met Vreeke Pisters*. Zijn moeder is een halfzuster van Christiaen Rameckers*. Hij woont in Beek en is slotenmaker van beroep, heeft weinig bezit.
Hij trouwt al op 20-jarige leeftijd op 12 okt. 1750 met de 16-jarige Maria Catharina Nijsten, gedoopt aldaar 24 nov. 1733 als dochter van Sebastiaan en Elisabeth Lemmens. Het eerste kind volgt na vijf maanden en tot 1772 worden er nog zeven kinderen geboren. De jongste is nog geen jaar oud bij de dood van de vader.
Joannes is al in juli 1773 beschuldigde eerst door Pieter Pieters* en later ook door Dirk Hersseler*. Onder meer zou hij meegedaan hebben aan een gewelddadige diefstal bij Campo in het Nieuw Huis achter Schimmert op het Spaans en een paar maanden later is aangetoond dat deze overval slechts een verhaal was dat de ronde deed, maar nooit gepleegd is. Maar Joannes is 16 juli aangehouden en opgesloten in Valkenburg. Hij is geconfronteerd met genoemde Pieter Pieters en nadat hij alles ontkend heeft verwezen naar de tortuur. Tijdens dit pijnlijk verhoor op 29 juli heeft hij wel bekend en dit de volgende dag bij de recollectie bevestigd, waarbij hij onder meer Matthijs Stijnen* heeft genoemd als medeplichtige. Maar op 1 sept. geconfronteerd tegen die Matthijs zegt hij hem alleen door de pijn beschuldigd te hebben. Na bij J.C.S. de Limpens ingewonnen juridisch advies is hij ter dood veroordeeld. Joannes Vrusch sterft 43 jaar oud op 23 sept. 1773 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Maria Catharina Nijsten overlijdt bijna veertig jaar na de executie van haar man op 5 juni 1812 in Beek.